ECLI:NL:RBDHA:2025:24416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven voordat de zaak werd behandeld, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging.
Eiser voerde aan dat de voortzetting van de maatregel onrechtmatig was, omdat hij bereid was terug te keren naar Mali en zijn asielprocedure wilde intrekken. Verweerder had echter een terugkeerbesluit naar Canada genomen en stelde dat het grensbewakingsbelang zwaarder woog. De rechtbank oordeelde dat zolang de asielprocedure liep, de maatregel gerechtvaardigd was en dat geen bijzondere omstandigheden waren die de voortzetting onevenredig maakten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende voortvarend handelde en dat eiser op de juiste juridische grondslag in bewaring zat. De enkele verklaring van eiser dat hij geen beroep wilde instellen, was onvoldoende om de maatregel eerder op te heffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.