ECLI:NL:RBDHA:2025:24463

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/09/693903 / FA RK 25-8224
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een aansluitende zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1987. De officier van justitie had op 31 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend, vergezeld van diverse bijlagen, waaronder medische verklaringen en een zorgplan. Tijdens de mondelinge behandeling op dezelfde datum is de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, gehoord. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, omdat de betrokkene vrijwillig medicatie neemt, maar subsidiair voor een kortere zorgmachtiging dan verzocht. De casemanager gaf aan dat het redelijk goed gaat met de betrokkene, die chronisch psychotisch is, maar ambivalent staat tegenover medicatiegebruik. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, gezien de psychische stoornis van de betrokkene, te weten schizofrenie van het paranoïde type. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een kortere duur dan verzocht, namelijk twaalf maanden, om eerder een toetsmoment te creëren. De beschikking werd uitgesproken op 18 november 2025, met een schriftelijke uitwerking op 2 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693903 / FA RK 25-8224
Datum beschikking: 18 november 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. C.R.D. Kommer te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 26 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 10 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 30 oktober 2025;
- een brief van de officier van justitie van 29 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de casemanager, de heer [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij zich momenteel minder goed voelt, maar dat hij zich geen zorgen maakt over het verzoek. Betrokkene heeft de voorkeur voor een zorgmachtiging voor de duur van één jaar, omdat hij verwacht dat zijn huidige situatie dan mogelijk is veranderd. Hij wil graag dat er geen beperking komt in het gebruik van communicatiemiddelen. De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek, omdat betrokkene vrijwillig medicatie neemt. Subsidiair pleit de advocaat om bij een toewijzing van de zorgmachtiging dit voor een kortere duur te doen dan is verzocht. Ook pleit de advocaat om bij de vorm van verplichte zorg
“aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen”het onderdeel
“waaronder het gebruik van communicatiemiddelen”weg te laten.
De casemanager heeft naar voren gebracht dat het redelijk goed gaat met betrokkene. Betrokkene is chronisch psychotisch en de medicatie verlicht de klachten en zorgt voor stabiliteit. Betrokkene is echter ambivalent ten aanzien van het medicatiegebruik. De zorgmachtiging zorgt ervoor dat betrokkene zijn medicatie blijft gebruiken. Verplichte zorg in de vorm van ‘
insluiten’, ‘
uitoefenen van toezicht’en ‘
het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen’ is de afgelopen periode niet noodzakelijk gebleken. De casemanager heeft geen bezwaar heeft tegen een verkorting van de duur van de zorgmachtiging tot een jaar zodat er eerder een toets-moment is.

Beoordeling

Op 26 november 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 26 november 2025.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, van het paranoïde type.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is chronisch psychotisch. Hij heeft paranoïde wanen en hallucinaties en hij hoort vrijwel voortdurend een stem die hem negatief commentaar geeft en onder druk zet. Tijdens psychotische decompensaties vertoont betrokkene ernstig angstig en achterdochtig gedrag, wat leidt tot terugtrekking, dreiging in contact en suïcidale gedachten en handelingen. In het verleden heeft betrokkene een suïcide poging ondernomen, met ernstig blijvend letsel tot gevolg. Er is op momenten sprake van medicatie-ontrouw. Door het niet naleven van medicatievoorschriften en het weigeren van behandeling is de kans groot dat hij opnieuw psychotisch decompenseert.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokken heeft ambivalentie ten aanzien van medicatie en behandeling. Medicatie-ontrouw heeft eerder tot psychotische decompensaties geleid. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- ( beperking in) het gebruik van communicatiemiddelen.
Niet gebleken is dat deze vorm van zorg noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. De rechtbank ziet in hetgeen betrokkene en zijn behandelaar hebben aangevoerd aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Hierdoor ontstaat eerder een toets-moment waarbij de situatie bij betrokkene weer kan worden beoordeeld. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de duur van twaalf maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.