ECLI:NL:RBDHA:2025:24466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/09/693815 / FA RK 25-8193
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van zorg op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1987. De officier van justitie had verzocht om een zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene was niet aanwezig op de zitting, ondanks dat hij opgeroepen was. De advocaat van betrokkene verklaarde dat zijn cliënt op de hoogte was van de zitting, maar niet wilde verschijnen of dat de advocaat namens hem het woord voerde. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene herhaaldelijk hulp heeft geweigerd en dat er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg zijn. De rechtbank heeft de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater in overweging genomen, die bevestigde dat betrokkene niet persoonlijk kon worden onderzocht omdat hij niet op de deur opendeed. De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis, mogelijk verergerd door alcohol- en drugsmisbruik, en dat hij ernstig nadeel ondervindt door zijn toestand. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend, die geldig is tot en met 18 mei 2026, en heeft de meer of anders verzochte maatregelen afgewezen. De beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693815 / FA RK 25-8193
Datum beschikking: 18 november 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. N.J. Batelaan te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 20 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 29 oktober 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat;
- de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, de heer [naam 2];
- de sociaal psychiatrisch verpleegkundige in opleiding, de heer [naam 3].
Betrokkene is niet ter zitting verschenen.
Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over dit verzoek, heeft de rechtbank hem zowel per gewone post als aangetekend opgeroepen voor de zitting.
De advocaat heeft verklaard dat betrokkene op de hoogte is van de zitting. De advocaat heeft per e-mail uitgebreid contact met betrokkene gehad over de zitting. Betrokkene heeft daarin duidelijk aangegeven dat hij niet naar de zitting zal komen en dat hij ook niet wenst dat de advocaat het woord namens hem voert. De advocaat geeft de rechtbank in overweging om de zaak aan te houden en een huisbezoek in te plannen, gezien het ingrijpende karakter van de maatregel en omdat het de eerste keer is dat een zorgmachtiging is verzocht. Wel merkt de advocaat op dat zowel de onafhankelijk psychiater als GGZ Delfland geen contact met betrokkene hebben kunnen krijgen en dat de pogingen om betrokkene thuis te bezoeken zonder resultaat zijn gebleven.
Namens de behandelaar is verklaard dat zij meerdere malen en op verschillende momenten, ook samen met een psychiater, bij betrokkene zijn langsgegaan om contact te leggen. De laatste keer was op 27 oktober 2025. Bij al deze bezoeken, die meestal vooraf waren aangekondigd, liet betrokkene via een briefje op de deur weten geen hulp van GGZ te willen ontvangen. De onafhankelijk psychiater heeft in totaal drie keer hebben geprobeerd om in contact te komen met betrokkene, maar kreeg ook geen gehoor bij de deur. Betrokkene heeft via briefjes op de deur, appjes en e-mails laten weten geen contact of hulp te willen. Betrokkene stelt daarnaast dat hij geen Nederlander is en zich niet aan het Nederlands recht hoeft te houden. Hij erkent de autoriteit van de rechtbank ook niet. Door dit alles zal een huisbezoek van de rechtbank naar het oordeel van de betrokken hulpverleners geen meerwaarde hebben.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat betrokkene weet dat er heden een zitting is bij de rechtbank over het onderhavige verzoek. Dit is uitgebreid tussen de advocaat en betrokkene besproken via e-mail. Ook stelt de rechtbank vast dat betrokkene aan zijn advocaat heeft meegedeeld dat hij bewust ervoor kiest om geen gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden. De rechtbank ziet in hetgeen de advocaat heeft aangevoerd geen aanleiding om de zaak aan te houden en te plannen op een huisbezoek zitting. De rechtbank overweegt daartoe dat het niet betrokkene zelf is geweest die deze wens aan zijn advocaat kenbaar heeft gemaakt. De rechtbank weegt verder mee dat uit het dossier en wat op de zitting is besproken volgt dat gedurende een langere periode verschillende hulpverleners (zoals het Sociaal Team, FACT team GGZ Delfland, de wijkagent, een behandelend psychiater en een onafhankelijk psychiater) meerdere malen zowel aangekondigd als onaangekondigd zijn langsgegaan bij betrokkene thuis. Uit appjes, mails en briefjes aan de deur van betrokkene (waarvan de inhoud in opgenomen in het dossier), maar ook het op slot draaien van zijn deur en opmerkingen door de deur bij een onaangekondigd bezoek, kan niet anders worden afgeleid dan dat betrokkene geen bemoeienis wenst in het kader van zorg en weigert in gesprek te gaan. Verder begrijpt de rechtbank uit voornoemde berichten van betrokkene dat hij van mening is geen Nederlander te zijn en dat het Nederlands recht niet op hem van toepassing is. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen en ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden voor een huisbezoek. De mondelinge behandeling heeft daarom zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat verklaart dat hij is gekomen omdat hij is uitgenodigd door de rechtbank, maar dat hij inhoudelijk geen standpunt kan innemen namens betrokkene. Wel verzoekt de advocaat voor afwijzing van de vormen van verplichte zorg
“insluiten”en
“uitoefenen van toezicht op betrokkene”. Deze vormen zijn niet noodzakelijk en voorzienbaar.
De behandelaren verklaren als volgt. Er is sprake van een psychotisch beeld, mogelijk in combinatie met alcohol- en drugsmisbruik. Door het ontbreken van behandelcontact is het moeilijk vast te stellen welke factoren de psychotische klachten veroorzaken. Met een zorgmachtiging willen de behandelaren proberen in contact te komen met betrokkene om zicht te krijgen op de achtergrond van de klachten en om hem, in beginsel ambulant, te behandelen. Indien betrokkene niet meewerkt zal een opname worden overwogen.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat uit de medische verklaring voldoende is gebleken dat het redelijkerwijs niet mogelijk was voor de onafhankelijke psychiater om betrokkene persoonlijk te onderzoeken. De onafhankelijke psychiater is op drie verschillende momenten bij betrokkene thuis langs geweest. Bij alle bezoeken heeft betrokkene de deur niet open gedaan waardoor een gesprek niet heeft kunnen plaatsvinden. De onafhankelijke psychiater heeft daarom een medische verklaring opgesteld op basis van de voorgeschiedenis, informatie van personen uit de nabije omgeving en van behandelaren en de communicatie van betrokkene zelf zoals die volgt uit zijn eigen berichten. De rechtbank stelt vast dat betrokkene weigert om aan het onderzoek mee te werken en dat de medische verklaring voldoet aan de wettelijke vereisten.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische episode mogelijk geluxeerd dan wel verergerd door drugs-/alcoholgebruik (schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornis).
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene vertoont sinds 2024 psychotische klachten. Het vermoedelijke gebruik van alcohol en cocaïne verergert zijn toestandsbeeld. Betrokkene uit regelmatig suïcidale gedachten richting familie en stuurt verwarde berichten. Hij denkt dat met zijn overleden opa kan praten, dat hij achtervolgd wordt en dat er informanten achter hem aan zitten die hem kunnen vergiftigen. Door langdurige paranoia vertrouwt betrokkene niemand, wat leidt tot isolatie en verwaarlozing van zowel zichzelf als zijn woning (afval, overal hoopjes peuken en lege verpakkingen alcohol zoals bier, Bacardi en Sangria, hetgeen door zijn huisbaas is vastgesteld). Betrokkene heeft het contact met familie en hulpinstanties verbroken. Hij weigert iedere vorm van aangeboden hulp. Tevens veroorzaakt betrokkene overlast in de buurt door dreigende briefjes op deuren te plakken (zoals dat zij niet gek moest opkijken indien iedereen om zou komen) en verwarde berichten in buurtgroepsapp te sturen. Ook stuurt betrokkene appjes dat hij naar Japan zal gaan en zal sterven voor Boeddha. Betrokkene vertoont zorgmijdend gedrag en heeft beperkt ziekte-inzicht. Het steunsysteem is overbelast. Het is onduidelijk of betrokkene nog inkomsten heeft en waar hij van leeft. Er komt post binnen van de Belastingdienst waaruit volgt dat hij hoge schulden heeft.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene weigert herhaaldelijk contact met de GGZ en heeft aangegeven geen behoefte te hebben aan hulp. Ondanks herhaalde pogingen van hulpinstanties om in contact te komen, weigert betrokkene iedere vorm van zorg. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.