Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1987. De officier van justitie had verzocht om een zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene was niet aanwezig op de zitting, ondanks dat hij opgeroepen was. De advocaat van betrokkene verklaarde dat zijn cliënt op de hoogte was van de zitting, maar niet wilde verschijnen of dat de advocaat namens hem het woord voerde. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene herhaaldelijk hulp heeft geweigerd en dat er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg zijn. De rechtbank heeft de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater in overweging genomen, die bevestigde dat betrokkene niet persoonlijk kon worden onderzocht omdat hij niet op de deur opendeed. De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis, mogelijk verergerd door alcohol- en drugsmisbruik, en dat hij ernstig nadeel ondervindt door zijn toestand. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend, die geldig is tot en met 18 mei 2026, en heeft de meer of anders verzochte maatregelen afgewezen. De beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, en is uitgesproken ter openbare zitting.