ECLI:NL:RBDHA:2025:24470
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een aansluitende zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1985. De officier van justitie had op 6 november 2025 een verzoek ingediend voor deze zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De betrokkene, die lijdt aan schizofrenie, vertoonde ernstig verstoord gedrag en was niet in staat om haar eigen veiligheid en die van haar kinderen te waarborgen. Tijdens de mondelinge behandeling op 18 november 2025 was de betrokkene niet aanwezig, ondanks meerdere oproepen en pogingen om haar te bereiken. De advocaat van de betrokkene kon geen standpunt innemen, omdat zij geen instructies had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de betrokkene niet bereid was om te verschijnen en dat de aanwezigheid van de officier van justitie niet noodzakelijk was voor de beslissing. De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk was om ernstig nadeel af te wenden, gezien de psychische toestand van de betrokkene en het gebrek aan vrijwillige zorg. De rechtbank verleende de zorgmachtiging, die geldig is tot en met 18 november 2026, en bepaalde dat verschillende vormen van verplichte zorg konden worden toegepast, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid.