ECLI:NL:RBDHA:2025:24470

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/09/694234 / FA RK 25-8405
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een aansluitende zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1985. De officier van justitie had op 6 november 2025 een verzoek ingediend voor deze zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De betrokkene, die lijdt aan schizofrenie, vertoonde ernstig verstoord gedrag en was niet in staat om haar eigen veiligheid en die van haar kinderen te waarborgen. Tijdens de mondelinge behandeling op 18 november 2025 was de betrokkene niet aanwezig, ondanks meerdere oproepen en pogingen om haar te bereiken. De advocaat van de betrokkene kon geen standpunt innemen, omdat zij geen instructies had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de betrokkene niet bereid was om te verschijnen en dat de aanwezigheid van de officier van justitie niet noodzakelijk was voor de beslissing. De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk was om ernstig nadeel af te wenden, gezien de psychische toestand van de betrokkene en het gebrek aan vrijwillige zorg. De rechtbank verleende de zorgmachtiging, die geldig is tot en met 18 november 2026, en bepaalde dat verschillende vormen van verplichte zorg konden worden toegepast, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694234 / FA RK 25-8405
Datum beschikking: 18 november 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], [land],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 3 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 29 september 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 5 november 2025;
- een brief van de officier van justitie van 3 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de agoog, mevrouw [naam 2];
- de verpleegkundige, mevrouw [naam 3].
Betrokkene is niet ter zitting verschenen.
Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord op dit verzoek, heeft de rechtbank haar zowel per gewone post als aangetekend opgeroepen voor de zitting. De behandelaar heeft verklaard dat zij betrokkene daarnaast via Whatsapp heeft geïnformeerd over de zitting. Betrokkene heeft het bericht gelezen, hetgeen blijkt uit de blauwe vinkjes ter bevestiging van ontvangst. Betrokkene is vervolgens na het lezen van het bericht een appgesprek (over een ander onderwerp) met de behandelaar gestart. Betrokkene is dus op de hoogte van de zitting. Bij eerdere zittingen is betrokkene volgens de behandelaar bij ontregeling ook niet verschenen. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat ook zij betrokkene (via e-mail met de bijbehorende stukken) op de hoogte heeft gesteld van de zitting. De advocaat heeft betrokkene voor deze zitting niet gesproken. Zij is al jaren de advocaat van betrokkene voor het zorgrecht. Op verzoek van de rechtbank heeft de behandelaar tijdens de zitting geprobeerd betrokkene telefonisch te bereiken, maar er is niet opgenomen. Gelet op het verleden van betrokkene en de huidige ontregeling, achten de advocaat en betrokkene het niet aannemelijk dat zij bij een nieuwe oproep zal verschijnen. De advocaat heeft ermee ingestemd dat de zitting buiten de aanwezigheid van betrokkene wordt voortgezet. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. De mondelinge behandeling heeft daarom zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft verklaard geen standpunt te kunnen innemen voor betrokkene, aangezien zij geen instructies van betrokkene heeft ontvangen.
De verpleegkundige geeft aan dat de psychotische klachten van betrokkene momenteel onvoldoende behandeld zijn. Betrokkene staat niet achter de zorgmachtiging en toont geen bereidheid om eraan mee te werken. Tijdens de opname vond de medicatie-inname onder toezicht plaats en ten tijde van ontslag was betrokkene stabiel. Betrokkene ontvangt op dit moment depot medicatie en dagelijkse orale medicatie. Sinds het ontslag ontbreekt toezicht op de inname van orale medicatie. Het vermoeden is zij deze medicatie heeft gestaakt danwel niet consequent inneemt, waardoor de huidige ontregeling is ontstaan. De bedoeling is om betrokkene de komende periode weer goed in te stellen op medicatie. De wens bestaat om het depot te verhogen, maar voorafgaand moet er een bloedonderzoek plaatsvinden, wat moeizaam verloopt.

Beoordeling

Op 21 mei 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 21 november 2025.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Tijdens psychotische episodes is betrokkene emotioneel afwezig, doet zij verwarde uitspraken en kan zij risico’s binnens- en buitenshuis onvoldoende inschatten. Betrokkene heeft de zorg voor twee minderjarige kinderen (van 11 jaar en 6 jaar). Betrokkene doet uitspraken dat zijzelf stroom ervaart die via haar hoofd naar haar geslachtsdelen zou gaan. Dit zou volgens betrokkene ook gebeuren met de kinderen. Tijdens de laatste ontregeling heeft betrokkene stemmen gehoord die haar vertellen dat er een kanaal is gegraven onder haar woning en onder de school van de kinderen. In de ruimte waar zij slapen heeft zij de gehele vloer betimmerd en daaroverheen vloerkleden gelegd. Zij is bang dat de kinderen in het kanaal zullen vallen en komen te overlijden en zij bepreekt deze angsten met de kinderen. Ook heeft zij de overtuiging te worden afgeluisterd waardoor zij de TV steeds (hard) aanheeft. Door haar overtuigingen en verwardheid ontstaat gevaar voor haar eigen veiligheid en die van haar kinderen. Ook vertoont betrokkene tijdens ontregeling stalkingsgedrag en veroorzaakt zij overlast richting buren, wat kan leiden tot klachten bij de woningbouwvereniging. Tevens verwaarloost zij zichzelf en put zij zichzelf zowel fysiek als emotioneel uit. Haar functioneren op het werk en in dagelijkse verplichtingen is tijdens deze perioden ernstig beperkt.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen medicatie. Zij komt afspraken niet na en er zijn sterke vermoedens dat zij wederom haar (orale) medicatie heeft gestaakt. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], [land],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr.drs. W.G. de Boer, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.