Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarige zoon. Na het vertrek van de vrouw met het kind naar het buitenland en het opleggen en later opheffen van een contactverbod aldaar, keerde zij terug naar Nederland. De man verzocht om echtscheiding en voorlopige voorzieningen werden getroffen, waarbij de vrouw het exclusieve gebruik van de woning kreeg en het kind aan haar werd toevertrouwd.
De vrouw deed aangifte van mishandeling en poging tot doodslag tegen de man. In kort geding vorderde zij een gebieds- en contactverbod tegen de man, stellende dat zij en het kind in het verleden ernstig geweld hadden ervaren en zij vreest voor ontvoering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een actuele concrete dreiging is van onrechtmatig handelen door de man. De man verblijft momenteel in het buitenland en heeft geen recent direct contact met de vrouw gezocht. Het eerdere contact met familie en een eenmalig bezoek aan de school van het kind rechtvaardigen geen verbod.
De vorderingen worden daarom afgewezen. De rechtbank benadrukt het belang van het kind en het herstel van contact via hulpverlening. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.