ECLI:NL:RBDHA:2025:24503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/09/695312 / KG ZA 25-1177
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Waardeloosverklaring kadastrale inschrijving koopovereenkomst en proces-verbaal in kort geding

In deze zaak, die op 16 december 2025 door de Rechtbank Den Haag is behandeld, hebben eisers een kort geding aangespannen tegen gedaagden met als doel de kadastrale inschrijving van een koopovereenkomst en een proces-verbaal waardeloos te verklaren. De procedure volgde op een eerdere koopovereenkomst die op 16 september 2024 was gesloten, waarbij gedaagden de woning niet op de afgesproken datum hadden afgenomen. Eisers hebben de koopovereenkomst op 21 februari 2025 buitengerechtelijk ontbonden en een bodemprocedure gestart. Tijdens een mondelinge behandeling op 24 juli 2025 werd een schikking getroffen, maar gedaagden hebben hun verplichtingen niet nagekomen, wat leidde tot de huidige vordering.

Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter de kadastrale inschrijving van de koopovereenkomst en het proces-verbaal waardeloos verklaart, omdat gedaagden niet hebben voldaan aan hun verplichtingen. Gedaagden, vertegenwoordigd door gedaagde sub 2, hebben verweer gevoerd, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben aangetoond. De rechter concludeerde dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden en dat eisers een gerechtvaardigd belang hebben om de waardeloosverklaring te vorderen. De vordering van eisers werd toegewezen, en gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.

De voorzieningenrechter heeft de kadastrale inschrijving van de koopovereenkomst en het proces-verbaal waardeloos verklaard en gedaagden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.764,39, te voldoen binnen veertien dagen na aanschrijving. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/695312 / KG ZA 25-1177
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van

1.[eisers sub 1] te [woonplaats 1] ,

2. [eisers sub 2]te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat mr. C. Teiwes te Den Haag,
tegen:

1.[gedaagden sub 1] te [woonplaats 2],

gedaagde,
niet verschenen,

2.[gedaagden sub 2] te [woonplaats 2],

gedaagde,
in persoon verschenen,

3.[gedaagden sub 3] te [woonplaats 2],

gedaagde,
niet verschenen,

4.[gedaagden sub 4] te [woonplaats 3],

gedaagde,
niet verschenen,
Eisers worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘ [eisers] . Gedaagde onder 2 wordt hierna aangeduid als [gedaagden sub 2] en gedaagden worden gezamenlijk aangeduid als ‘[gedaagden]’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 december 2025 met producties 1 tot en met 14;
- de aanvullende productie 15 namens [eisers];
- het verweerschrift namens [gedaagden sub 2] met twee bijlagen;
- de op 12 december 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door eisers pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Op de mondelinge behandeling is, naast [eisers] en hun advocaat, [gedaagden sub 2] (gedaagde onder 2) verschenen. Gedaagden onder 1, 3 en 4 zijn behoorlijk opgeroepen tegen de terechtzitting van 12 december 2025, maar zijn daar niet verschenen. Tegen gedaagden onder 1, 3 en 4 wordt verstek verleend. Zoals in artikel 140 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald, wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen dat ook ten aanzien van gedaagden onder 1, 3 en 4 als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Dat betekent dat gedaagden onder 1, 3 en 4 geen verzet kunnen aantekenen tegen dit vonnis, maar alleen in hoger beroep kunnen.
1.3.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Op 16 september 2024 hebben [eisers] met [gedaagden] een koopovereenkomst gesloten ter zake de verkoop door [eisers] aan [gedaagden] van de woning aan de [adres] te [plaats]. Levering zou plaatsvinden op 15 januari 2025.
2.2.
[gedaagden] hebben de woning niet op de afgesproken datum afgenomen, waardoor [eisers] per brief van 21 februari 2025 de koopovereenkomst buitengerechtelijk hebben ontbonden. Daarna zijn [eisers] een (bodem)procedure bij de rechtbank Den Haag gestart waarin zij een verklaring voor recht hebben gevorderd dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Ook hebben zij aanspraak gemaakt op betaling van de door [gedaagden] verschuldigde boete. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 juli 2025 hebben partijen een schikking getroffen die is vastgelegd in een proces-verbaal.
2.3.
In het proces-verbaal van 24 juli 2025 is onder meer opgenomen dat de koopovereenkomst tussen partijen in stand blijft met dien verstande dat [gedaagden] gehouden waren om uiterlijk op 1 september 2025 de koopsom van € 1.590.000 en de nader door partijen vastgestelde contractuele boete van € 60.000 op de kwaliteitsrekening van [notaris] van [notariskantoor 1] te Naaldwijk (hierna: [notaris]) te storten. Verder is in het proces-verbaal opgenomen dat de datum voor levering van de woning nader is bepaald op 15 september 2025 en dat deze datum geldt als fatale termijn. Tot slot is opgenomen dat de koopovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden indien [gedaagden] één of meer van de hiervoor genoemde verplichtingen niet zouden nakomen. In dat geval zouden [gedaagden] ook het volledige boetebedrag van € 159.000 aan [eisers] moeten betalen.
2.4.
Op 31 juli 2025 zijn de koopovereenkomst en het proces-verbaal ingeschreven bij het kadaster.
2.5.
Omdat [gedaagden] de koopsom en contractuele boete op 1 september 2025 niet op de kwaliteitsrekening van de [notaris] hebben gestort, heeft de advocaat van [eisers] de notaris op 2 september 2025 bericht dat de koopovereenkomst is ontbonden en dat zij aanspraak maken op het volledige boetebedrag.
2.6.
[eisers] hebben nieuwe kopers voor de woning gevonden en op 22 september 2025 hebben zij met de nieuwe kopers een koopovereenkomst gesloten. Deze koopovereenkomst is op 3 oktober 2025 ingeschreven bij het kadaster. De levering aan de nieuwe kopers stond gepland op 28 november 2025. Voor de nieuwe koopovereenkomst is [notariskantoor 2] te Den Haag (hierna: [notariskantoor 2]) ingeschakeld.
2.7.
De notaris van [notariskantoor 2] heeft [notaris] verzocht om de koopovereenkomst tussen [eisers] en [gedaagden] waardeloos te verklaren. [notaris] heeft in navolging daarop partijen op 25 november 2025 verzocht schriftelijk te bevestigen dat de koopovereenkomst is ontbonden. [eisers] hebben die schriftelijke bevestiging gegeven. De notaris van [notariskantoor 2] heeft [notaris] er vervolgens op gewezen dat de koopovereenkomst op basis van het proces-verbaal is ontbonden. Op 27 november 2025 is [notaris] er namens [eisers] op gewezen dat partijen in artikel 13 van de koopovereenkomst de notaris hebben gemachtigd om, in het geval van ontbinding van de koopovereenkomst, tot doorhaling over te gaan. [notaris] hield daarentegen vast aan zijn voorwaarde van een expliciete bevestiging van de ontbinding door [gedaagden]
2.8.
[gedaagden sub 2] heeft desgevraagd telefonisch gemeld niet mee te werken aan het verzoek om schriftelijk te bevestigen dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. de kadastrale inschrijving van 31 juli 2025 van de koopovereenkomst en het proces-verbaal – productie 5 – waardeloos te verklaren;
II. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Daartoe voeren [eisers] – samengevat – het volgende aan. De koopovereenkomst is ontbonden. Op grond artikel van 3:28 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn [gedaagden] op verzoek verplicht een schriftelijke verklaring van waardeloosheid af te geven. Als [gedaagden] de gevraagde verklaring niet afgeven kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 3:29 BW op vordering van [eisers] als onmiddellijk belanghebbenden de inschrijving waardeloos verklaren. Nu [gedaagden] de verklaring niet afgeven, vorderen [eisers] dat de inschrijving van de koopovereenkomst en het proces-verbaal waardeloos wordt verklaard.
3.3.
[gedaagden sub 2] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
[gedaagden sub 2] betwist dat [eisers] een spoedeisend belang hebben bij hun vordering tot waardeloosverklaring. [eisers] stellen dat de eerste leveringsdatum van 28 november 2025 reeds is verstreken, maar dat zij alsnog op de kortst mogelijke termijn aan de nieuwe kopers moeten leveren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben [eisers] daarmee voldoende toegelicht waarom niet van hen gevergd kan worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten en is sprake van een spoedeisend belang.
4.2.
Het inhoudelijke verweer van [gedaagden sub 2] komt er – kort gezegd – op neer dat hij mogelijk vernietiging van het proces-verbaal van 24 juli 2025 wil inroepen, waardoor de koopovereenkomst in stand blijft en hij mogelijk alsnog levering van de woning wenst en/of (in het verlengde daarvan) een schadevergoeding en/of matiging van de boete wil vorderen.
4.3.
[gedaagden sub 2] heeft geen feiten en of omstandigheden gesteld ter onderbouwing van zijn mogelijke vordering tot vernietiging van het proces-verbaal. De omstandigheid dat [eisers] al snel na 15 september 2025 de woning aan een derde hebben verkocht voldoet als zodanig niet. Het stond [eisers] vrij om naar andere gegadigden om te kijken, ook al bestond er nog een koopovereenkomst met [gedaagden] Bij deze stand van zaken komt het de voorzieningenrechter niet waarschijnlijk voor dat de bodemrechter zal oordelen dat het proces-verbaal moet worden vernietigd.
4.4.
[gedaagden] hebben op 1 september 2025 de koopsom en het afgesproken deel van de boete niet gestort en de woning is niet op 15 september 2025 aan hen geleverd. Gelet op de bepalingen van het proces-verbaal is aannemelijk dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden. De koopovereenkomst voorziet in deze situatie. Immers is in artikel 13 van de koopovereenkomst bepaald: ‘
Voor het geval de koopovereenkomst wordt ontbonden, verlenen partijen bij deze aan de notaris een volmacht om zorg te dragen voor de doorhaling van de inschrijving van de koopovereenkomst in de openbare registers.’Onder deze omstandigheden hebben [eisers] een gerechtvaardigd belang om doorhaling te verlangen en, door de weigering van [gedaagden] daartoe, in dit kort geding een waardeloosverklaring te vorderen.
4.5.
Voorgaande betekent dat de vordering van [eisers] wordt toegewezen.
4.6.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagden] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- dagvaarding € 148,39
- griffierecht € 331,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.764,39

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
verklaart de kadastrale inschrijving van 31 juli 2025 van de koopovereenkomst en het proces-verbaal, zoals opgenomen in productie 5 bij de dagvaarding, waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW;
5.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.764,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [gedaagden] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
lp