Partijen, broers en vennoten in een vennootschap onder firma (vof), zijn in geschil geraakt over privé-opnames en de voortzetting van de onderneming. De vof-akte bevatte afspraken over gelijke inbreng, winstverdeling en exclusiviteit. Door het geschil heeft gedaagde het door de vof geëxploiteerde restaurant gesloten en een eenmanszaak opgericht op dezelfde locatie.
Eisers vorderen nakoming van de vof-akte, staking van de eenmanszaak en betaling van een bedrag wegens vermeende overbedeeling. De voorzieningenrechter beoordeelt dat de verstoorde verhoudingen en het ontbreken van zekerheid over de winstverdeling maken dat nakoming van de vof-akte niet in hoge mate waarschijnlijk is. Ook is het onwaarschijnlijk dat gedaagde tot betaling wordt veroordeeld op basis van de overgelegde stukken.
De voorzieningenrechter overweegt dat ontbinding van de vof en vereffening van het vennootschapsvermogen meer voor de hand ligt, waarbij gedaagde de onderneming mag voortzetten. Gezien de familieband en afspraken om overleg te voeren, draagt iedere partij de eigen proceskosten. De vorderingen worden afgewezen.