Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eisers sub 1] te [woonplaats 1],
1.De procedure
2.De feiten
- de inbreng van alle vennoten gelijk is (artikel 4);
- de winsten en verliezen van de vennootschap voor (nagenoeg) gelijke delen onder de vennoten worden verdeeld (artikel 9);
- iedere vennoot bevoegd is voorschotten op zijn winstaandeel op te nemen uit de kas van de vennootschap, waarbij een eventuele surplus bij vaststelling van de jaarstukken worden verrekend (artikel 10);
- de vennootschap onder meer eindigt door opzegging of ontbinding door een van de vennoten (artikel 12);
- vennoten tijdens de duur van de vennootschap niet bij een andere onderneming werkzaam mogen zijn of bij een andere onderneming betrokken mogen zijn, behoudens schriftelijke toestemming van de andere vennoten (artikel 15)