ECLI:NL:RBDHA:2025:24509
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot uitbetaling van waarborgsom in kort geding met betrekking tot koopovereenkomst
In deze zaak vorderen eisers, bestaande uit twee personen, dat gedaagde 1 wordt veroordeeld om een schriftelijke verklaring af te leggen die toestemming geeft voor de uitbetaling van een waarborgsom van € 159.000 aan hen. Deze waarborgsom is door gedaagde 1 gestort op de derdengeldenrekening van gedaagde 2 in het kader van een koopovereenkomst voor een woning. Eisers hebben de koopovereenkomst ontbonden en vorderen nu de uitbetaling van de waarborgsom, omdat de kopers de woning niet hebben afgenomen. Gedaagde 1 betwist de uitbetaling en beroept zich op een onzekerheidsexceptie, terwijl gedaagde 2 zich ook op deze exceptie beroept. De voorzieningenrechter oordeelt dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben en dat gedaagde 1 de betaling namens de kopers heeft gedaan, waardoor eisers recht hebben op de waarborgsom. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eisers toe, inclusief een dwangsom voor gedaagde 1 bij niet-nakoming van de veroordeling. Gedaagde 2 wordt ook veroordeeld om de waarborgsom aan eisers uit te betalen. De proceskosten worden voor gedaagde 1 toegewezen, terwijl de kosten tussen eisers en gedaagde 2 worden gecompenseerd.