ECLI:NL:RBDHA:2025:24514
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over ontruiming van huurwoning na ontbinding huurovereenkomst
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een huurder, aangeduid als '[eiser]', en de Stichting Vidomes, de verhuurder. De huurder had een woning gehuurd van Vidomes sinds 13 maart 1997. De kantonrechter had eerder op 9 oktober 2025 de huurovereenkomst ontbonden en de huurder veroordeeld om de woning binnen 14 dagen te ontruimen, omdat hij zijn buurman lichamelijk letsel had toegebracht, wat volgens de kantonrechter een schending van zijn verplichtingen als huurder betekende.
De huurder heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter en verzocht om de uitvoerbaarheid bij voorraad van dat vonnis te schorsen. Vidomes had aangekondigd de woning op 13 november 2025 te ontruimen. In het kort geding vorderde de huurder dat de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter opschort totdat het gerechtshof een uitspraak in het hoger beroep had gedaan.
De voorzieningenrechter heeft de vordering van de huurder afgewezen. De rechter oordeelde dat de beslissing van de kantonrechter begrijpelijk was en niet op een kennelijke misslag berustte. De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangenafweging niet in het voordeel van de huurder uitviel, ondanks zijn argumenten over de moeilijkheid om een nieuwe woning te vinden en zijn psychische problemen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van Vidomes, die op € 1.607,- werden begroot.