ECLI:NL:RBDHA:2025:24520

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
NL25.52172
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-inhoudelijke afwijzing asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat eiser geen gronden van beroep heeft vermeld, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb.

De rechtbank heeft eiser meerdere malen de gelegenheid geboden om alsnog de gronden van beroep in te dienen en toe te lichten waarom deze ontbraken, maar eiser heeft hier geen gebruik van gemaakt. Gezien het ontbreken van verschoonbare redenen verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De rechtbank heeft tevens beslist dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inhoudelijke afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52172

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 17 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb, kan ingevolge artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem of haar daartoe gestelde termijn.
2. Eiser heeft geen gronden van beroep vermeld in het beroepschrift van 24 oktober 2025. De rechtbank heeft eiser om deze reden bij bericht van 27 oktober 2025 verzocht om de gronden binnen vijf werkdagen alsnog in te dienen. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn daarop geen gronden ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank eiser op 20 november 2025 de gelegenheid geboden om toe te lichten waarom de gronden van beroep niet zijn ingediend. Ook van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.