Op 20 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een kort geding uitspraak gedaan over de ontruiming van onroerende zaken die gekraakt zijn. De eiseres, een B.V., is sinds 1 juli 2022 eigenaar van de panden, die al deels gekraakt waren door de gedaagden. De eiseres vorderde ontruiming van de panden, omdat zij een last onder bestuursdwang had ontvangen van de gemeente om het gebruik van de panden te beëindigen. De gedaagden, die in reconventie vorderden dat de ontruiming niet ten uitvoer zou worden gelegd, hebben tijdens de zitting afgesproken dat de panden uiterlijk op 1 februari 2026 verlaten zouden zijn. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot ontruiming toegewezen, met inachtneming van deze datum. De niet verschenen gedaagden zijn verstek verleend, en het vonnis is ook tegen hen als een vonnis op tegenspraak beschouwd. De voorzieningenrechter heeft geen dwangsom opgelegd, omdat de verschenen gedaagden hebben ingestemd met de ontruimingsdatum. De proceskosten zijn gecompenseerd tussen de eiseres en de verschenen gedaagden, terwijl de niet verschenen gedaagden in de proceskosten zijn veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.