ECLI:NL:RBDHA:2025:24522

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
693126
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in kort geding betreffende ontruiming van gekraakte panden

Op 20 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een kort geding uitspraak gedaan over de ontruiming van onroerende zaken die gekraakt zijn. De eiseres, een B.V., is sinds 1 juli 2022 eigenaar van de panden, die al deels gekraakt waren door de gedaagden. De eiseres vorderde ontruiming van de panden, omdat zij een last onder bestuursdwang had ontvangen van de gemeente om het gebruik van de panden te beëindigen. De gedaagden, die in reconventie vorderden dat de ontruiming niet ten uitvoer zou worden gelegd, hebben tijdens de zitting afgesproken dat de panden uiterlijk op 1 februari 2026 verlaten zouden zijn. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot ontruiming toegewezen, met inachtneming van deze datum. De niet verschenen gedaagden zijn verstek verleend, en het vonnis is ook tegen hen als een vonnis op tegenspraak beschouwd. De voorzieningenrechter heeft geen dwangsom opgelegd, omdat de verschenen gedaagden hebben ingestemd met de ontruimingsdatum. De proceskosten zijn gecompenseerd tussen de eiseres en de verschenen gedaagden, terwijl de niet verschenen gedaagden in de proceskosten zijn veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/693126 / KG ZA 25-1016
Vonnis in kort geding van 20 november 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.te [vestigingsplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: ‘[eiseres]’,
advocaat mr. R.M. van Opstal te Den Haag,
tegen:

1.[gedaagden sub 1] te [woonplaats] ,

2. [gedaagden sub 2]te [woonplaats] ,
gedaagden, in persoon verschenen,
3. [gedaagden sub 3]te [woonplaats] ,
4. [gedaagden sub 4]te [woonplaats] ,
5. [gedaagden sub 5]te [woonplaats] ,
6. [gedaagden sub 6]te [woonplaats] ,
7. [gedaagden sub 7]te [woonplaats] ,
8. [gedaagden sub 8]te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
advocaat mr. E. Tamas te Wassenaar,
hierna te noemen:‘ [gedaagden sub 3 t/m 8] ’, en samen met gedaagden 1 en 2: ‘de verschenen gedaagden’,

9. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAKEN OF EEN GEDEELTE DAARVAN, PLAATSELIJK BEKEND [straatnaam] NRS. [huisnummers] ( [postcode] ) TE [plaats] , zijnde anderen dan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht van voormelden onroerende zaken,

gedaagden, niet verschenen,
hierna te noemen: ‘de niet verschenen gedaagden’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen met producties;
- de door [gedaagden sub 3 t/m 8] overgelegde conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie met producties;
- de door [eiseres] overgelegde nadere productie;
- de op 6 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseres] en [gedaagden sub 3 t/m 8] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.
[eiseres] is sinds 1 juli 2022 eigenaar van de onroerende zaken met opstallen, plaatselijk bekend [straatnaam] nrs. [huisnummers] ( [postcode] ) te [plaats] , kadastraal bekend als [kadastraal kenmerk 1] en [kadastraal kenmerk 2] (hierna: de Panden). Ten tijde van de levering van de Panden aan [eiseres] waren de Panden al (deels) gekraakt door (onder andere) [gedaagden sub 3 t/m 8] [eiseres] vordert in conventie ontruiming van de panden. Zij wijst erop dat op 5 september 2025 door de [gemeente] aan haar een last onder bestuursdwang is opgelegd om binnen zes weken het met de Omgevingswet strijdige gebruik van de Panden te beëindigen. Ook stelt zij dat zij de Panden zelf nodig heeft in verband met bouwplannen die begin volgend jaar een aanvang nemen en dat zij een einde wil maken aan de door de buurtbewoners ervaren overlast.
2.2.
In reconventie vorderen [gedaagden sub 3 t/m 8] dat de voorzieningenrechter bepaalt dat het bevel tot ontruiming niet ten uitvoer wordt gelegd, totdat er bij het college van burgmeester en wethouders van de [gemeente] inlichtingen zijn ingewonnen over de mogelijkheden tot adequate huisvesting van [gedaagden sub 3 t/m 8] te voorkoming van hun dakloosheid.
2.3.
De niet verschenen gedaagden zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting van 6 november 2025. Tegen hen wordt verstek verleend. Omdat de andere gedaagden wel zijn verschenen, wordt dit vonnis op grond van het bepaalde in artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ook jegens de niet verschenen gedaagden als vonnis op tegenspraak beschouwd.
2.4.
Tijdens de zitting hebben [eiseres] en de verschenen gedaagden afgesproken dat de Panden uiterlijk op 1 februari 2026 zullen zijn verlaten. De rechtbank zal, zoals door partijen verzocht, de in conventie gevorderde ontruiming toewijzen met inachtneming van die datum, ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagden.
2.5.
Omdat de verschenen gedaagden hebben ingestemd met (de datum van) ontruiming van de Panden, bestaat er naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding voor oplegging van een dwangsom. Ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagden zal geen dwangsom worden opgelegd, nu mede gelet op de veronderstelde beperkte draagkracht van personen die in de Panden verblijven niet te verwachten valt dat oplegging van een dwangsom tot een snellere ontruiming zal leiden.
2.6.
Omdat [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij er belang bij heeft dat het vonnis ook tegen eventuele derden die de panden zonder recht of titel in gebruik zullen nemen ten uitvoer kan worden gelegd, zal de voorzieningenrechter bepalen dat het vonnis tot zes maanden na heden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel in de woningen bevindt.
2.7.
De vordering in reconventie is tijdens de zitting door [gedaagden sub 3 t/m 8] ingetrokken en [eiseres] heeft daarmee ingestemd. Op die vordering hoeft dus niet meer te worden beslist.
2.8.
Bij deze uitkomst past dat de proceskosten tussen [eiseres] en de verschenen gedaagden worden gecompenseerd. Ten aanzien van de niet verschenen gedaagden zal de gevorderde proceskostenveroordeling wel worden toegewezen, met dien verstande dat die alleen worden begroot op de kosten van de dagvaarding en de nakosten. De overige kosten (advocaatkosten en griffierecht) moest [eiseres] al maken vanwege de overige gedaagden. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 140,39
- nakosten
€ 178,00(plus verhoging bij betekening)
totaal € 318,39

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden;
3.2.
veroordeelt gedaagden om uiterlijk op 1 februari 2026 de panden aan het [straatnaam] , kadastraal bekend als [kadastraal kenmerk 1] en [kadastraal kenmerk 2] , plaatselijk bekend [straatnaam] [huisnummers] ( [postcode] ) te [plaats] met al het hunnen en de hunnen, alsmede alle andere overige zich daarin tijdens de executie bevindende personen, te ontruimen, te verlaten en verlaten te houden;
3.3.
bepaalt dat het vonnis gedurende zes maanden na heden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de in 3.2 genoemde panden bevindt of daar binnentreedt wanneer zich dit voordoet;
3.4.
veroordeelt de niet verschenen gedaagden in de proceskosten van € 318,39, te betalen aan [eiseres] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de niet verschenen gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten de niet verschenen gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.5.
verklaart de onderdelen 3.2, 3.3 en 3.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
compenseert de proceskosten tussen [eiseres] en de verschenen gedaagden,;
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
EI