ECLI:NL:RBDHA:2025:2453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje niet mag worden toegepast vanwege het risico op onmenselijke behandeling en tekortkomingen in het Spaanse asiel- en opvangsysteem.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Spanje die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren. Het AIDA-rapport 2023 en het claimakkoord van 3 januari 2025 bevestigen dat Spanje de asielprocedure adequaat zal behandelen.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de aanvraag niet onverplicht aan zich werd getrokken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank vond dat de minister de omstandigheden voldoende had meegewogen en gemotiveerd dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Spanje onevenredig hard maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.J.M. Mol op 18 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.