Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden, gebaseerd op de Tijdelijke regeling Surinaamse oud-Nederlanders. Deze regeling is bedoeld voor Surinamers die door de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 hun Nederlandse nationaliteit zijn kwijtgeraakt en die voorafgaand aan 1 januari 2025 ten minste tien jaar onafgebroken in Nederland verbleven, onder meer aangetoond met een burgemeestersverklaring.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van de regeling, omdat zij niet de vereiste verblijfsduur heeft en geen burgemeestersverklaring heeft overgelegd. Ook is de aanvraag niet via het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV) ingediend, waardoor zij niet is vrijgesteld van het mvv-vereiste. Verweerder mocht de aanvraag daarom afwijzen.
Eiseres stelde dat de tienjaarstermijn en de vereiste burgemeestersverklaring onrechtmatig zijn en in strijd met het gelijkheids-, rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel, en dat de ASKV-route onterecht werd voorgeschreven. De rechtbank verwierp deze gronden en oordeelde dat de regeling rechtmatig is en dat de minister de motie van de Tweede Kamer naar behoren heeft uitgevoerd.
Verder is geoordeeld dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden en dat het Woo-verzoek van eiseres buiten de reikwijdte van deze procedure valt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.