ECLI:NL:RBDHA:2025:24558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
NL25.31442
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging verblijf

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van een besluit geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan verzoeker, waardoor de proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb terecht is.

De proceskosten worden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand met een lichte wegingsfactor. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister het betaalde griffierecht van €194 moet vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 18 december 2025 door rechter W.H. Bel.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50 wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31442

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn gezinsleden.
Op 30 oktober 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvragen.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194 te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.