ECLI:NL:RBDHA:2025:24569
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen parkeerverbod ter voorkoming van hinder bij oprit
De rechtbank behandelt het beroep van eiser tegen een verkeersbesluit van de burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, waarin een parkeerverbod is ingesteld tegenover de oprit van een derde-belanghebbende. De derde-belanghebbende ervaart hinder doordat geparkeerde auto's het in- en uitrijden van zijn oprit bemoeilijken. Na een eerdere afwijzing is het parkeerverbod alsnog ingesteld op basis van een advies van Mobycon.
Eiser betoogt dat het parkeerverbod niet noodzakelijk is, onvoldoende is onderbouwd en dat hij onevenredig wordt benadeeld, mede vanwege zijn leeftijd en mobiliteitsbeperkingen. Ook stelt hij dat de derde-belanghebbende zijn perceel kan aanpassen en dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door af te wijken van het vaste beleid met een wit kruis.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld, het deskundigenadvies van Mobycon terecht heeft betrokken en dat het parkeerverbod proportioneel is. De belangenafweging is niet gericht op het afwegen van de belangen van eiser tegen die van de derde-belanghebbende, maar op het waarborgen van de verkeersvrijheid en het voorkomen van hinder. Het bezwaar van eiser wordt ongegrond verklaard en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het parkeerverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.