In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 6 november 2025, in de zaak tussen eiseres en het Schadefonds Geweldsmisdrijven, wordt het beroep van eiseres tegen de toegekende uitkering uit het Schadefonds beoordeeld. Eiseres had een aanvraag ingediend voor een uitkering na slachtoffer te zijn geworden van een inbraak en mishandeling door haar buurman op 20 september 2021. Het primaire besluit van 24 september 2024 wees haar aanvraag af, maar na bezwaar werd een tegemoetkoming van € 4.000,- toegekend op 5 februari 2025. Eiseres was het niet eens met de verrekening van een eerder toegekende immateriële schadevergoeding van € 1.000,- in de strafprocedure met de uitkering uit het Schadefonds.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de hoogte van de uitkering op goede gronden heeft vastgesteld. Eiseres had nieuwe medische informatie overgelegd die aantoont dat zij meer dan 20 gesprekken met haar psycholoog had gehad, wat haar recht op een hogere uitkering uit letselcategorie 3 bevestigt. De rechtbank legt uit dat de uitkering van het Schadefonds niet bedoeld is om de totale schade te vergoeden, maar een vangnet vormt voor slachtoffers. De dader moet de schade vergoeden, en als deze dat doet, wordt dit verrekend met de uitkering van het Schadefonds. De rechtbank concludeert dat de verrekening van de immateriële schadevergoeding met de uitkering rechtmatig was en dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.