De rechtbank Den Haag heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een zaak over het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2019. De vader verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van het gezag aan hem alleen, omdat de omstandigheden sinds de eerdere beschikking van oktober 2022 zijn gewijzigd.
Uit de procedure en de zitting bleek dat de minderjarige na een korte periode in een pleeggezin inmiddels al ongeveer twee jaar volledig bij de vader woont onder een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De vader is gegroeid in zijn opvoedersrol en er zijn vrijwel geen zorgen meer over het kind. De moeder is daarentegen al jaren niet of slechts beperkt betrokken bij de minderjarige, met moeizame communicatie en weinig contact met hulpverlening.
De gecertificeerde instelling heeft geprobeerd het contact tussen moeder en kind op te bouwen, maar dit verliep moeizaam en een vaste bezoekregeling is niet tot stand gekomen. De rechtbank oordeelt dat de moeder onvoldoende invulling geeft aan haar gezagsrol en dat het in het belang van het kind is dat de vader voortaan alleen het gezag uitoefent. De moeder behoudt wel het recht op omgang en informatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.