ECLI:NL:RBDHA:2025:24600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/09/692520 / FA RK 25-7469
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening en afspraken over gebruik echtelijke woning en zorgregeling na echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 november 2025 een verzoek tot voorlopige voorziening inzake het gebruik van de echtelijke woning en de zorgregeling voor het minderjarige kind na echtscheiding.

De man en vrouw, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, hebben een minderjarig kind en een meerderjarig kind. De vrouw verblijft met het minderjarige kind in de echtelijke woning, waarbij de man de hypotheeklasten blijft dragen. Partijen hebben afspraken gemaakt over het gebruik van de woning, de zorgregeling en de financiële afwikkeling.

Op de zitting zijn partijen tot overeenstemming gekomen over onder meer de overdracht van de woning, taxatie door een NWWI-taxateur, verdeling van de overwaarde, gebruikersvergoeding, en kinderalimentatie. De rechtbank stelt vast dat er niets meer te beslissen is en legt deze afspraken vast in een beschikking.

Uitkomst: Partijen hebben afspraken gemaakt over de woningoverdracht en zorgregeling, waardoor de rechtbank vaststelt dat er niets meer te beslissen is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7469
Zaaknummer: C/09/692520
Datum beschikking: 19 november 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 3 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M.C. van der Sanden te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 31 oktober 2025, met bijlagen, namens de man met aanvullende verzoek;
- de brief van 3 november 2025, met bijlage, namens de vrouw.
Op 5 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn de man en de vrouw, bijgestaan door hun advocaten, verschenen.

Feiten

- De man en de vrouw zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd op
[datum] 1995 te [plaats 1].
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] ([minderjarige]), geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats].
Tevens zijn zij de ouders van de meerderjarige [naam], geboren op [geboortedatum 2] 1999.
- [minderjarige] verblijft op dit moment feitelijk bij de vrouw, doordeweeks in de echtelijke
woning en in het weekend elders.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De man en de vrouw hebben op 21 augustus 2024 beiden een ouderschapsplan
ondertekend waarin ze afspraken hebben gemaakt over [minderjarige].
Ze hebben onder meer het volgende afgesproken:

[de vrouw] wenst samen met [minderjarige] in de woning aan de [adres],[postcode] te [plaats 2] te verblijven tot zij beschikking heeft over een eigen woning;

Startdatum 01.09.2024;

[minderjarige] begint het nieuwe schooljaar op 28.08.2024;

[minderjarige] zal volgens zíjn normale route naar school kunnen gaan;

[de man] zal gedurende deze periode niet verblijven aan de [adres], [postcode] te [plaats 2];

[de man] zal de hypotheeklasten blijven dragen gedurende deze periode;

Mocht de situatie zich negatief ontwikkelen, zal [de vrouw] de optie hebben om de sloten te verwisselen;

[de vrouw] zal een urgentie verklaring indienen om het proces van het vinden van een nieuwe woning te versnellen;

Mocht de situatie escaleren, zal er een voorlopige voorziening aangevraagd worden bij de rechter. Wellicht zal er op het moment tevens aangifte gedaan worden bij de politie met alle gevolgen van dien;

[de vrouw] zal uítgekocht worden relaterend de koopwoning aan de [adres],[postcode] te [plaats 2].
Verder heeft er een gesprek op 16 augustus 2024 plaatsgevonden tussen de man en de vrouw in aanwezigheid van familieleden. Daarbij is nog afgesproken:
-dat [de man] gedurende weekdagen niet aanwezig zal zijn in de woning aan de [adres]. Gedurende deze weekdagen zal [de vrouw] samen met [minderjarige] in de woning verblijven. De meest belangrijke rede hiervoor is de start van het nieuwe schooljaar voor [minderjarige]. Deze afspraak zal starten vanaf zondag 25 augustus en zal doorlopen tot het punt dat [de vrouw] een eigen woning ter beschikking heeft.
Verder zijn er nog heel wat andere punten besproken waarvoor onderstaande afspraken zijn gemaakt. Kort gezegd:
-[de man] zal vanaf zondag 25 augustus 2024 18:00 de woning aan de [adres] te [plaats 2] verlaten. Vrijdags vanaf 18:00 is het weer toegestaan voor hem om de woning te betreden. Deze regeling loopt door totdat [de vrouw] een eigen woning te beschikking heeft.
[de vrouw] zal al het mogelijke doen via diverse instanties om zo snel mogelijk een eigen woning te beschikking te hebben. Denk hierbij aan urgentie verklaringen en alles wat hierbij betrekking heeft, aanleveren van diverse documenten vanuit huisarts, ziekenhuis. Een deadline is op dit moment lastig te bepalen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man zoals dat aanvankelijk luidde strekte ertoe dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, [adres], [postcode] te [plaats 2], met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden en met machtiging aan de vrouw deze beschikking zo mogelijk zelf ten uitvoer te leggen
met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
- voor zover de rechtbank het zelfstandig verzoek van de vrouw mocht toewijzen
verzoekt de man om daarbij te bepalen dat de vrouw zolang zij de voormalig
echtelijke woning bij uitsluiting van de man gebruikt:
- primair alle aan die woning verbonden eigenaars- en gebruikerslasten dient te
voldoen;
- subsidiair aan de man een gebruikersvergoeding dient te betalen ter hoogte van de
helft van de eigenaarslasten plus de volledige gebruikerslasten;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw heeft verweer gevoerd en tevens zelfstandig verzocht:
- te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres], [postcode] te [plaats 2], met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Op de zitting zijn partijen tot overeenstemming gekomen. Zij zijn het volgende overeengekomen:
- partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding in de bodemprocedure
(zaak- en rekestnummer C/09/679572 / FA RK 25-762) alvast uit te spreken;
- na ontvangst van de echtscheidingsbeschikking zullen partijen een akte van
berusting tekenen en zullen zij de echtscheidingsbeschikking inschrijven in de
registers van de burgerlijke stand;
- partijen verstrekken vervolgens gezamenlijk een opdracht aan een NWWI taxateur
tot taxatie van de woning;
- deze taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de
woning zal overnemen;
- indien ING akkoord heeft gegeven dat de man de woning tegen de getaxeerde
waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke
aansprakelijkheid, wordt er een afspraak gemaakt bij de notaris;
- de overwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld, waarbij de kosten van de
overdracht voorafgaand aan de verdeling uit de overwaarde worden voldaan;
- de vrouw zal vanaf 1 november 2025 € 300,- per maand aan de man betalen als
gebruikersvergoeding; de vrouw gaat dit bedrag nu niet feitelijk betalen, maar dit
bedrag zal bij de verdeling via de notaris worden verrekend met de overwaarde;
- de vrouw verlaat de woning binnen een maand na het passeren van de akte van
verdeling/overdracht van de woning bij de notaris;
- de man gaat kinderalimentatie betalen als de vrouw ergens anders woont; dan
zullen ook verdere afspraken over de zorgregeling tussen de man en [minderjarige] worden
gemaakt.
Partijen hebben de rechtbank verzocht om deze afspraken vast te leggen in een beschikking. Deze afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich aan deze afspraken zullen houden. Hetgeen aanvankelijk meer of anders is verzocht in deze procedure, beschouwt de rechtbank als ingetrokken. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat er niets meer te beslissen is.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat er niets meer te beslissen is.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 november 2025.