Uitspraak
Omgang
Beschikking op het op 18 september 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 20 november 2025 een beschikking gegeven inzake de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind, geboren in 2014. De vader had verzocht om een omgangsregeling waarbij het kind eenmaal per twee weken bij hem zou verblijven. De moeder daarentegen verzocht om het recht op contact met de vader te ontzeggen, uit bezorgdheid voor de veiligheid van het kind. De rechtbank heeft kennisgenomen van de turbulente relatie tussen de ouders, die gekenmerkt werd door middelengebruik en huiselijk geweld. De minderjarige heeft in het verleden onder toezicht gestaan en is tijdelijk uit huis geplaatst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige een afkeer heeft van de vader en dat het in zijn belang is om hem niet te dwingen tot contact. De rechtbank heeft het verzoek van de vader om een omgangsregeling afgewijzen, maar ook het verzoek van de moeder om het contact te ontzeggen. In plaats daarvan heeft de rechtbank besloten de bestaande omgangsregeling voor onbepaalde tijd op te schorten, met de hoop dat de minderjarige in de toekomst zelf contact met de vader zal willen.