Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:24637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
21 december 2025
Zaaknummer
C/09/694378 / FA RK 25-8480
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor chronisch psychotische betrokkene

De rechtbank Den Haag heeft op 20 november 2025 een aansluitende zorgmachtiging toegekend voor de duur van 24 maanden aan een betrokkene met een chronische psychose in het kader van schizofrenie. Betrokkene verblijft reeds langdurig binnen de geestelijke gezondheidszorg en vertoont zonder medicatie verslechtering van haar toestand, wat leidt tot ernstig nadeel zoals agressie, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en ondersteund door medische verklaringen, een zorgplan en adviezen van betrokken zorgverleners. Tijdens de zitting gaf betrokkene aan heimwee te hebben en medicatie via depot te verafschuwen, maar accepteert zij deze onder dwang van de zorgmachtiging. De verpleegkundig specialist en mentor onderschrijven het verzoek vanwege het ontbreken van ziektebesef en het risico op decompenseren zonder verplichte zorg.

De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde zorgmaatregelen proportioneel en effectief zijn. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 20 november 2027 en kan worden aangevochten via cassatie.

Uitkomst: De rechtbank wijst de aansluitende zorgmachtiging toe voor een periode van 24 maanden tot 20 november 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694378 / FA RK 25-8480
Datum beschikking: 20 november 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie GGZ [locatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. J.C. Herweijer te Rijswijk.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 3 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een niet ingevulde zorgkaart;
- een zorgplan van 29 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 7 november 2025;
- een brief van de officier van justitie van 20 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven heimwee te hebben naar haar woning. Door haar verblijf binnen de kliniek kan zij haar werkzaamheden bij de politie niet voortzetten.
De advocaat legt uit dat betrokkene al jaren met een depot best wel goed thuis heeft kunnen functioneren, terwijl zij zich als hoofdagent opstelde en naar haar zeggen ook contacten had met Premier [naam 3] . Toen de buren echter overlast gingen melden en veelvuldig 112 werd gebeld is het tot een opname gekomen. Betrokkene vindt medicatie via een depot vreselijk en tegelijkertijd is het ook zo dat zij op dit moment de voorgeschreven medicatie alleen accepteert, omdat er een zorgmachtiging is. Betrokkene zou graag naar een andere woonplek gaan. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, waarbij hij noemt dat bij betrokkene sprake is van een stoornis en deze stoornis brengt ernstig nadeel met zich meebrengt wanneer betrokkene niet wordt behandeld met de juiste medicatie. Dan zal zij decompenseren en zal het ernstig nadeel toenemen. Op dit moment kan het ernstig nadeel niet op een andere wijze worden afgewend. De advocaat kent betrokkene al jaren. Gelet op het verleden, het al langer bestaande beeld en het vooruitzicht dat wordt toegewerkt naar een beschermd wonen plek, verzet de advocaat zich niet tegen toewijzing van het verzoek voor de gevraagde twee jaar.
De verpleegkundig specialist heeft naar voren gebracht dat betrokkene vaak laat weten niet in de kliniek te willen zijn en dan zegt dat zij naar haar eigen huis wil. Zij onderneemt echter geen actie om de kliniek daadwerkelijk te verlaten. Ook laat zij duidelijk weten andere ideeën over haar medicatie te hebben. Ze neemt deze desondanks hier wel in, in de veronderstelling dat het andere medicatie is. Ondanks de inzet van medicatie verdwijnen de symptomen niet geheel naar de achtergrond en blijft bij betrokkene sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld, dat zonder medicatie verslechtert. Op dit moment wordt er actief gezocht naar een begeleid wonen voorziening waar betrokkene naartoe door kan stromen. De mentor van betrokkene staat achter het verzoek.

Beoordeling

Op 20 december 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 20 december 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een chronische psychose in het kader van Schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene vanwege de aanwezigheid bij haar van een chronisch psychotisch toestandsbeeld onvoldoende in staat is om zelfstandig te wonen en zorg te dragen voor de zelfzorg. Vanuit het huidige toestandsbeeld weigert zij niet alleen psychiatrische maar ook somatische behandeling, zorg en medicatie. Recentelijk leidde dit tot verslechtering van de somatische klachten. In de thuissituatie was betrokkene bekend met agressie richting haar omgeving. Hierbij bonsde zij op de deuren en schreeuwde zij naar haar buurvrouw. Er was sprake van een forse huurachterstand en geluidsoverlast. Ten tijde van de opname heeft betrokkene een verpleegkundige geslagen. Betrokkene is niet langer in staat om haar financiën op orde te houden. Om dit te ondervangen zijn er een mentor en bewindvoerder aangesteld. Indien betrokkene geen medicatie gebruikt, wordt zij floride psychotisch en kan zij ernstig decompenseren.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene ontkent psychotisch te zijn en houdt vast aan haar bijzondere taak en vaardigheden als hoofdcommissaris van politie. Zij wil graag terugkeren naar haar woning en haar leven weer oppakken. Betrokkene neemt de medicatie in op vrijwillige basis in de veronderstelling dat dit een ander middel is. Zodra dit anders wordt zal zij de medicatie weigeren. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van ziektebesef en -inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank stelt vast dat de inzet van medicatie noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Nu betrokkene langer dan vijf jaar aansluitend verplichte zorg heeft ontvangen zal de rechtbank de zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van 24 maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 november 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.