ECLI:NL:RBDHA:2025:24641

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
21 december 2025
Zaaknummer
C/09/671317 / FA RK 24-5994
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot eenhoofdig gezag na echtscheiding en wijziging van omstandigheden

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 20 november 2025 een beschikking gegeven in een verzoek tot eenhoofdig gezag over twee minderjarige kinderen, ingediend door de moeder. De moeder en de vader zijn van 2002 tot 2019 gehuwd geweest en hebben samen twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2014. Na hun echtscheiding in 2019 is het gezamenlijk gezag over de kinderen vastgesteld, met de hoofverblijfplaats bij de moeder. De moeder verzoekt nu om het eenhoofdig gezag over de kinderen, omdat de vader sinds september 2023 in het buitenland woont en geen contact meer heeft met de kinderen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader onbereikbaar is voor zowel de moeder als de kinderen, en dat er geen verbetering in deze situatie te verwachten is. De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder toegewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5994
Zaaknummer: C/09/671317
Datum beschikking: 20 november 2025 (bij vervroeging)

Gezag

Beschikking op het op 20 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A. Spek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen.
Op 6 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2002 tot [datum 2] 2019.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] .
- De ouders zijn ook de ouders van de meerderjarige [naam 2] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 november 2019 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en bepaald dat de kinderen de hoofverblijfplaats hebben bij de moeder. Voorts is het door de ouders onderling overeengekomen ouderschapsplan, waarin afspraken zijn opgenomen over de invulling van het gezamenlijk gezag na scheiding, aan de beschikking gehecht.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te bepalen dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Wettelijk kader
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Ontvankelijkheid
De moeder stelt dat de vader zich zonder overleg met de vrouw in september 2023 heeft gevestigd in [land] , waardoor er al geruime tijd geen contact meer is tussen de vader en de kinderen. Ook voor de vrouw en de scholen van de kinderen is de vader onbereikbaar gebleven. Naar het oordeel van de rechtbank is hierdoor sprake van een wijziging van omstandigheden waardoor de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat voortaan alleen de moeder met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is belast. Het is de rechtbank gebleken dat dat de vader al enige tijd geen rol speelt in het leven van de kinderen en dat de vader onbereikbaar is voor zowel de moeder als de kinderen. Gesteld noch gebleken is dat hier binnen afzienbare tijd verandering in zal komen, terwijl er zich in de nabije toekomst wel situaties zullen voordoen waarbij de vader toestemming zou moeten geven voor bepaalde beslissingen indien het gezamenlijk gezag in stand blijft. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen.

BeslissingDe rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 26 november 2019 –:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 november 2025.