Uitspraak
Kinderalimentatie
Beschikking op het op 2 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met 30 producties, van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 20 februari 2024, met als bijlage de geboorteakte van de minderjarige, van de zijde van de vader;
- het op 3 april 2024 ingekomen verweerschrift met zelfstandig verzoeken, met producties 1 tot en met 32, van de zijde van de moeder;
- het op 28 mei 2024 ingekomen verweer op de zelfstandige verzoeken, met producties 2 en 3, van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 21 september 2025, met producties 33 tot en met 39, van de zijde van de moeder;
- het op 23 september 2025 ingekomen gewijzigde / aanvullende verzoekschrift, met producties 1 en 4 tot en met 14, van de zijde van de vader;
- de brief van 26 september 2025, met producties 40 tot en met 46, van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 29 september 2025, met producties 15 tot en met 18, van de zijde van de vader.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] .
- [minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- In een door beide ouders in februari 2016 ondertekend ouderschapsplan, zijn zij een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie overeengekomen van € 224,- per maand, iedere eerste van de maand bij vooruitbetaling te voldoen en waarbij de kinderalimentatie ieder jaar wordt geïndexeerd. Daarnaast hebben zij afgesproken dat zij maandelijks een bedrag van € 7,50 storten op een Kinder Toekomst Spaarrekening. Verder hebben zij afgesproken dat zij kosten van opleiding, boekengeld, schoolgeld, schoolreisjes en reiskosten etc beiden zullen dragen. Tot slot hebben zij afgesproken dat er jaarlijks in december wordt bekeken of het afgesproken ouderschapsplan nog actueel is en voldoet.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 1 juni 2016 is de door de vader met ingang van
- De vader is op [datum 1] 2018 getrouwd met [naam] , met wie hij een minderjarig kind heeft: [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2] .
- In december 2020 hebben de vader en de moeder een ‘verklaring afwijking ouderschapsconvenant ten behoeve van aangiften inkomstenbelasting premie volksverzekeringen 2018 en 2019’ ondertekend.
- Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedraagt de door de vader te betalen kinderalimentatie:
Verzoek en verweer
Beoordeling
0,3 x NBI), zal de rechter (ambtshalve) moeten nagaan of de draagkracht van die ouder, berekend met inachtneming van de werkelijke woonlasten, zou leiden tot een hogere onderhoudsbijdrage. Indien dit het geval is, moet de rechter ofwel deze hogere bijdrage opleggen, ofwel motiveren waarom hij daartoe, gelet op de verdere omstandigheden van het geval, geen aanleiding ziet.
€ 137
€ 224
1.117,50
Beslissing
- met ingang van 1 februari 2024 op € 354,- per maand;
- met ingang van 1 januari 2025 op € 377,- per maand;
- met ingang van 1 juni 2025 op € 300,- per maand;