Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 14 april 2026 en de voorwaardelijke machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd tot 27 februari 2026. De kinderrechter oordeelde dat deze maatregelen noodzakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die zich in een kwetsbare situatie bevindt. De ouders van de minderjarige hebben ingestemd met de verzoeken van de gecertificeerde instelling, maar zijn bezorgd over de veiligheid van hun kind. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige positieve stappen heeft gezet in haar ontwikkeling, maar dat er ook zorgen zijn over haar gedrag en de invloed van haar omgeving. De kinderrechter heeft benadrukt dat het belangrijk is dat de minderjarige in een veilige omgeving blijft, waar zij kan werken aan haar zelfstandigheid en weerbaarheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.