ECLI:NL:RBDHA:2025:24698

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
I. C/09/693609 / JE RK 25-1824 en II. C/09/693612 / JE RK 25-1826
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling zorg- en opvoedingstaken voor minderjarige

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 21 november 2025, wordt de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige] verlengd voor de duur van zes maanden. De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig bedreigd wordt en dat het noodzakelijk is dat zij traumabehandeling blijft ontvangen. De vader van [minderjarige] heeft verschillende hulpverleningstrajecten succesvol afgerond en kan een stabiele opvoedsituatie bieden. De moeder heeft echter nog geen behandeling afgerond en er zijn signalen dat zij niet abstinent is. De kinderrechter benadrukt het belang van een hulpverleningstraject voor de ouders om hen handvatten te geven voor constructieve communicatie.

Daarnaast wordt er een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld. De moeder krijgt één keer in de twee weken begeleide omgang met [minderjarige] voor de duur van 1,5 uur, en vanaf maart 2026 wordt dit uitgebreid naar twee uur. De kinderrechter acht het van belang dat de omgang begeleid blijft door [instantie 2] om de ontwikkeling van de band tussen [minderjarige] en haar moeder te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 12 december 2025. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag, waarbij een advocaat nodig is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer:
I. C/09/693609 / JE RK 25-1824
II. C/09/693612 / JE RK 25-1826
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beschikking van de kinderrechter
I. Verlenging ondertoezichtstelling
II. Vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
BRP-geregistreerd briefadres te [plaats],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • verzoekschrift I met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025;
  • verzoekschrift II met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] woont bij haar vader.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 december 2025.

3.Het verzoek

Verlenging ondertoezichtstelling
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. De vader heeft verschillende hulpverleningstrajecten succesvol afgerond en kan [minderjarige] een stabiele opvoedsituatie bieden. [minderjarige] krijgt traumabehandeling bij [instantie 1]. De moeder wilde daarvoor aanvankelijk geen toestemming geven. Dankzij de behandeling ontwikkelt [minderjarige] meer spel en sociaal emotionele vaardigheden, maar zij zoekt ook grenzen op. Geprobeerd wordt om haar meer handvatten te geven om met emoties om te gaan en om haar sociale vaardigheden te versterken. Op school gaat het goed met [minderjarige] en zij heeft leuk contact met haar klasgenoten. Tegelijkertijd wordt gezien dat zij pittig gedrag kan vertonen doordat zij veel emoties heeft op bepaalde momenten. Dit is voornamelijk te zien op de dag van en de dag na het omgangsmoment met de moeder. De omgang tussen de moeder en [minderjarige] onder begeleiding van [instantie 2] verloopt goed. Het NIKA-traject van de moeder is vroegtijdig afgerond, omdat dit te veel voor haar werd. Zij wil genieten tijdens de omgang in plaats van in de gaten gehouden te worden. Er zijn signalen dat de moeder niet abstinent is. Zij gebruikt echter geen middelen als zij de zorg voor [minderjarige] heeft. De vader en de moeder hebben geen ruzie meer gehad in het bijzijn van [minderjarige], maar het escaleert wel als zij elkaar zien. Het is niet gelukt om het traject Ouderschap Blijft in te zetten. Sinds kort is er sprake van onderling Whatsapp-contact tussen de vader en de moeder en dit lijkt goed te verlopen. Dit positieve contact is echter nog kwetsbaar, omdat de vader de moeder lijkt te wantrouwen. De gecertificeerde instelling wil de ouders een laatste aanbod doen voor een hulpverleningstraject zoals Ouderschap Blijft of Solo Parallel Ouderschap. Daarvoor is noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling voor een periode van zes maanden wordt verlengd. Ook kan die periode worden benut om de zorgregeling vast te leggen. Er zal dan een borgingsplan worden opgesteld voor een overdracht naar het vrijwillig kader. Hierbij zal de gecertificeerde instelling afspraken met de ouders maken over hoe zij met elkaar kunnen communiceren en bij wie zij aan de bel kunnen trekken als dit onverhoopt toch niet mocht lukken.
Vaststelling verdeling zorg- en opvoedingstaken
3.3.
De gecertificeerde instelling verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling verzoekt de volgende regeling vast te stellen tussen [minderjarige] en de moeder:
  • één keer in de twee weken begeleide omgang voor de duur van 1,5 uur;
  • vanaf maart 2026 één keer in de twee weken begeleide omgang voor de duur van
3.4.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. In november 2023 is met de vader en de moeder gesproken over voorwaarden om te bepalen welke rol zij kunnen hebben in het leven van [minderjarige]. De vader heeft de voorwaarden van fase één en twee behaald. De vader past wat hij heeft geleerd toe in de praktijk. Hij ziet de behoeften van [minderjarige] en zoekt actief naar wat haar kan helpen. De moeder heeft de voorwaarden van fase één nog niet behaald. Zij heeft geen woning, geen hulpverlening en er zijn signalen dat zij niet abstinent is. Ook heeft zij het NIKA-traject niet afgerond. Tijdens de bezoeken wordt gezien dat de moeder sensitief en responsief op [minderjarige] reageert en heeft gewerkt aan het stellen van grenzen en consequent zijn. [instantie 2] ziet een positieve interactie tussen [minderjarige] en de moeder en [minderjarige] laat geen weerstand zien. Bij de vader en op school laat [minderjarige] wel weerstand zien tegen de omgang. Het is belangrijk dat de omgang tussen [minderjarige] en de moeder wordt vastgelegd en dat de moeder op de hoogte wordt gehouden over de ontwikkeling van [minderjarige]. De gecertificeerde instelling vindt het van belang dat de omgang begeleid is en heeft bij het opstellen van het verzoek gekeken naar wat op dit moment het hoogst haalbare is voor zowel [minderjarige] als de moeder. Het is van groot belang dat de begeleide omgang plaats blijft vinden bij [instantie 2] en dat deze omgang, ook na de overdracht naar het vrijwillig kader, gefinancierd blijft worden.

4.De standpunten

4.1.
De vader stemt in met het verzochte. De vader zou willen dat de ondertoezichtstelling voor een langere duur verlengd wordt, omdat hij bang is dat de moeder zal terugvallen in oude patronen. De jeugdbeschermer kan dan dingen voor [minderjarige] regelen. Tussen de vader en de moeder is er momenteel af en toe contact via Whatsapp, waarbij de vader het gesprek afkapt als het uit de hand dreigt te lopen. Er zijn meermaals hulpverleningstrajecten voor de communicatie tussen de vader en de moeder gestart, maar deze zijn steeds door de moeder beëindigd voordat de trajecten waren gestart of afgerond. De vader is bereid om na te denken over of hij opnieuw openstaat voor een dergelijk traject. Daarbij is het voor de vader belangrijk om te weten waarom het deze keer wel kan lukken. De vader heeft het hulpverleningstraject van [instantie 1] succesvol afgerond. Het is rustiger geworden in het leven van de vader en hij wil er vooral voor zijn dochter zijn. Hij moet continu met haar meebewegen vanwege haar PTSS, stemmingswisselingen, angsten en woede. Ook zoekt [minderjarige] de grenzen vaak op. Het helpt de vader om daarover met andere ouders te praten. De vader vindt het jammer dat de angsten van [minderjarige] ervoor zorgen dat zij niet altijd dezelfde dingen kan doen als andere kinderen. Met betrekking tot de omgang tussen [minderjarige] en de moeder, heeft [minderjarige] bij de vader en school steeds aangegeven niet te willen gaan. De omgang brengt een hoop spanning met zich mee, maar de vader zegt altijd tegen [minderjarige] dat zij moet gaan. De laatste tijd zijn er af en toe nog woedeaanvallen, maar het helpt dat er nu stabiliteit is waar het gaat om degene die de omgang faciliteert. De vader vraagt bewust niet naar hoe de omgang is gegaan, maar luistert wel naar [minderjarige] als zij erover wil vertellen. De vader gunt de moeder wel de omgang met [minderjarige].
4.2.
De moeder stemt in met het verzochte. De moeder verblijft momenteel in een hostel vanwege de lastige woningmarkt. De moeder is bij [zorginstantie] afgewezen, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor behandeling. Bij de GGZ [regio] is zij eveneens afgewezen, omdat zij eerst moet werken aan haar problemen met alcohol. Daardoor heeft de moeder momenteel geen behandeling. Het gaat wel goed met haar. De moeder vindt het spannend dat de ondertoezichtstelling over zes maanden wordt afgesloten, omdat de ondertoezichtstelling veiligheid biedt. De moeder vindt het lastig om voor zich te zien hoe zij en de vader gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor [minderjarige] moeten dragen. De moeder hoopt dat een hulpverleningstraject hen hierbij kan helpen en zij staat hiervoor open. Tijdens de omgang is [minderjarige] vrolijk en maken de moeder en [minderjarige] veel lol. Zij gaan momenteel samen naar een speeltuin, maar als de omgangsduur wordt verlengd zijn er meer mogelijkheden.

5.De beoordeling

Verlenging ondertoezichtstelling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Gezien wordt dat [minderjarige] nog steeds last heeft van de gebeurtenissen uit het verleden. Zo heeft zij angsten ontwikkeld en heeft zij onder meer moeite met het reguleren van haar emoties. Het is daarom van belang dat zij de komende periode traumabehandeling blijft krijgen en leert om op een goede manier met haar emoties om te gaan. Gezien wordt dat de vader zijn uiterste best doet om voor [minderjarige] te zorgen en haar zoveel mogelijk in haar ontwikkeling te ondersteunen. Positief is dat de moeder tijdens de omgang haar best doet om de bezoekmomenten zo fijn mogelijk voor [minderjarige] te laten verlopen. De vader en de moeder hebben sinds kort weer contact via Whatsapp en dit contact lijkt goed te verlopen. Tegelijkertijd is deze positieve ontwikkeling nog kwetsbaar en zou, mede vanwege het onderlinge wantrouwen, een hulpverleningstraject voor de ouders om hen handvatten te geven om op een constructieve manier met elkaar te communiceren passend zijn. De vader en de moeder zijn momenteel onvoldoende in staat om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] met vrijwillige hulpverlening weg te nemen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat de ouders (nogmaals) een hulpverleningsaanbod gericht op hun onderlinge communicatie wordt gedaan. Verder is van belang dat de gecertificeerde instelling voldoende tijd heeft om, met het oog op de overdracht naar het vrijwillige kader, een zorgvuldig borgingsplan op stellen. Daarmee kan ervoor gezorgd worden dat de hulpverlening van [minderjarige] gecontinueerd wordt en ook kunnen daarin afspraken over de onderlinge communicatie tussen ouders worden vastgelegd.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
Vaststelling verdeling zorg- en opvoedingstaken
5.5.
De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld.
5.6.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Gezien wordt dat [minderjarige] voorafgaand en na de bezoekmomenten met de moeder weerstand laat zien, moeite heeft met het reguleren van haar emoties en veel spanning ervaart. Tijdens de omgang is er echter sprake van positief contact tussen de moeder en [minderjarige]. Gelet op het bovenstaande, beoordeelt de door de gecertificeerde instelling voorgestelde regeling als passend. De voorgestelde regeling doet recht aan zowel de (beperkte) belastbaarheid van [minderjarige] als aan het belang van het behoud van positief contact tussen de moeder en [minderjarige].
5.7.
Ten overvloede overweegt de kinderrechter nog dat het belangrijk is dat de omgang tussen [minderjarige] en de moeder begeleid blijft worden door [instantie 2], ook na de overdracht naar het vrijwillig kader. Wisselingen van de begeleidende instanties hebben in het verleden voor veel onrust gezorgd. Dit heeft een negatief effect (gehad) op de ontwikkeling van de band tussen [minderjarige] en haar moeder en heeft ervoor gezorgd dat [minderjarige] veel spanning ervaart rondom de omgang. Het om zich heen hebben (en houden) van vertrouwde professionals is in het belang van [minderjarige].
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 juni 2026;
6.2.
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders:
  • dat [minderjarige] tot maart 2026 één keer in de twee weken begeleide omgang heeft met haar moeder voor de duur van 1,5 uur;
  • dat [minderjarige] vanaf maart 2026 één keer in de twee weken begeleide omgang heeft met haar moeder voor de duur van 2 uur;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025 door
mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.