Eisers, gehuwd en bijstandontvangers, werden geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering en individuele inkomenstoeslag over de periode van 17 september 2020 tot en met 30 april 2021. Dit besluit was gebaseerd op een onderzoek naar vermeende schending van de inlichtingenplicht, waarbij het college concludeerde dat eiser meer uren had gewerkt dan opgegeven.
De rechtbank heeft het beroep van eisers behandeld en vastgesteld dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden. De waarnemingen en verklaringen boden geen overtuigend bewijs dat eiser meer uren werkte dan de opgegeven 43,33 uur per maand. Het college kon daardoor het recht op bijstand niet ongeldig verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel en vernietigde het besluit van 7 juli 2022, herroepende het primaire besluit van 1 december 2021. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eisers.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Paridon op 19 februari 2025 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.