ECLI:NL:RBDHA:2025:24723

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/688980 / HA ZA 25-650
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing van een vertegenwoordiger door Kifid en de gevolgen voor de belangen van consumenten

In deze zaak vordert eiser, vertegenwoordiger van consumenten, dat de rechtbank oordeelt dat Kifid onrechtmatig heeft gehandeld door hem voor drie jaar te schorsen als vertegenwoordiger. Kifid heeft deze schorsing opgelegd vanwege herhaaldelijk onprofessioneel gedrag en het indienen van klachten die niet voldoen aan de vereisten. Eiser heeft zijn vorderingen onderbouwd met claims van materiële en immateriële schade, maar Kifid voert verweer en stelt dat de schorsing gerechtvaardigd is. De rechtbank oordeelt dat Kifid terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om eiser te schorsen, gezien de kwaliteit van de ingediende klachten en de gevolgen daarvan voor de consumenten. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten van Kifid. De uitspraak benadrukt het belang van professionele vertegenwoordiging in klachtenprocedures en de verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-/rolnummer: C/09/688980 / HA ZA 25-650
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
[eiser]te [woonplaats],
eiser,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. P.P. Bergers,
tegen
KIFID (STICHTING KLACHTENINSTITUUT FINANCIËLE DIENSTVERLENING)te Den Haag,
gedaagde,
hierna te noemen: Kifid,
advocaten: mrs. E. Jagt en J.R.D. den Hertog.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 13 februari 2025 met producties 1 tot en met 34;
- het tussenvonnis van de kantonrechter in het incident van 5 juni 2025 met zaak-/ rolnummer 11547290 / RL EXPL 25-2893;
- de akte overlegging producties tevens wijziging en vermeerdering van eis van [eiser] van 17 september 2025, met producties 35 en 36;
- de conclusie van antwoord van Kifid van 17 september 2025 met producties 1 tot en met 22;
- de akte overlegging producties van [eiser] van 13 oktober 2025 met producties 37 tot en met 44.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 4 november 2025 plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zijn toegevoegd aan het procesdossier.

2.De feiten

2.1.
Kifid is de buitengerechtelijke geschilleninstantie voor consumenten of klein-zakelijke ondernemers met een klacht over een financieel product of dienst van een bank, verzekeraar of andere financiële dienstverlener. Voor consumenten is het gratis om een klacht in te dienen bij Kifid. De Geschillencommissie van Kifid kan een bindende uitspraak doen. Als het financiële belang minimaal € 25.000 is, kan tegen een uitspraak van de Geschillencommissie beroep worden ingesteld bij de Commissie van Beroep van Kifid. De kosten voor een beroep bedragen € 500.
2.2.
[eiser] is middels zijn holdingmaatschappij [eiser] Holding BV enig bestuurder van [bedrijfsnaam 2] B.V. In die hoedanigheid staat hij sinds 2018 consumenten bij in klachtenprocedures die zij voeren bij Kifid. Hij werkt op basis van no cure no pay. Zijn klanten betalen geen of een zeer lage initiële bijdrage en bij een succesvolle klacht ontvangt [eiser] in ruil daarvoor een percentage van de toegekende coulance- of schadevergoeding.
2.3.
In het Reglement Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van 1 april 2017 (hierna: het reglement 2017) is – voor zover hier relevant – de volgende passage opgenomen:

48. Uitsluiting als vertegenwoordiger of bijstandsverlener
48.1
De Voorzitter kan een persoon in een bepaald geval of in het algemeen het recht ontzeggen als verlener van bijstand of vertegenwoordiger van Consumenten of Financiële dienstverleners op te treden indien deze persoon zich, ook na ter zake te zijn gewaarschuwd, tegenover bij de Klacht betrokken personen, onder wie medewerkers van Kifid, blijft gedragen of uitlaten op een wijze die in het maatschappelijk verkeer onaanvaardbaar is, of indien het optreden van deze persoon het belang van de door hem bijgestane Consument(en) schaadt of dreigt te schaden.
48.2
Indien de Voorzitter deze bevoegdheid wil uitoefenen, stelt hij de betrokken persoon en, waar van toepassing, de betrokken Consument of Financiële dienstverlener, daarvan schriftelijk en met redenen omkleed in kennis. Hij stelt, alvorens te beslissen, de betrokken persoon en de door deze vertegenwoordigde Consument of Financiële dienstverlener in staat zijn mening over het voornemen te geven.
48.3
Als aan het voornemen ten grondslag ligt dat het optreden van de vertegenwoordiger de Consument schaadt of dreigt te schaden, kan de bevoegdheid van het eerste lid niet worden uitgeoefend als de Consument, nadat hij van het voornemen op de hoogte is gesteld, laat weten de vertegenwoordiger te willen handhaven.
48.4
Het voorgaande geldt niet voor advocaten die onder wettelijk tuchtrechtelijk toezicht staan en niet zijn geschorst in de uitoefening van hun beroep.’
2.4.
In het Reglement Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van 1 april 2022 (hierna: het reglement 2022) luidt deze bepaling als volgt:

65. Kan Kifid een vertegenwoordiger uitsluiten?
1. De voorzitter van de Geschillencommissie kan een vertegenwoordiger van u of van een financiële dienstverlener voor bepaalde tijd uitsluiten als die vertegenwoordiger zich ongewenst of onbehoorlijk blijft gedragen tegenover 1 of meer medewerkers van Kifid, leden van de Geschillencommissie of (vertegenwoordigers van) de partijen. De voorzitter van de Geschillencommissie informeert de vertegenwoordiger en de door hem vertegenwoordigde partij(en) over het voornemen tot en de redenen van uitsluiting. Alle geïnformeerde partijen mogen daarop reageren.
2. De voorzitter van de Geschillencommissie kan uw vertegenwoordiger ook voor bepaalde tijd uitsluiten als de vertegenwoordiger uw belang schaadt of dreigt te schaden. Of de belangen van andere consumenten en kleinzakelijke ondernemers schaadt of dreigt te schaden. De voorzitter van de Geschillencommissie informeert de vertegenwoordiger en de door hem vertegenwoordigde partij(en) over het voornemen tot en de redenen van uitsluiting. Alle geïnformeerde partijen mogen daarop reageren. De voorzitter van de Geschillencommissie kan een vertegenwoordiger voor uw klacht niet uitsluiten als u laat weten dat u nog steeds door hem vertegenwoordigd wilt worden.
3. Deze regels gelden niet voor vertegenwoordigers die als advocaat onder wettelijk tuchtrechtelijk toezicht staan en die niet geschorst zijn om hun beroep uit te oefenen. Zij kunnen niet uitgesloten worden als vertegenwoordiger.
4. Tegen de beslissing van de voorzitter van de Geschillencommissie over uitsluiting is geen bezwaar of beroep mogelijk.’
2.5.
Op 1 februari 2021 heeft op verzoek van Kifid een gesprek plaatsgevonden met [eiser]. Van dit gesprek is door Kifid een verslag gemaakt, dat bij brief van 10 februari 2021 met [eiser] is gedeeld. De aanleiding voor dit gesprek is volgens dit verlag ‘
de omvang van het aantal klachten, de kwaliteit van die klachtuitlatingen en de mogelijke gevolgen hiervan voor de belangen van de consumenten’. Een inventarisatie van de door [eiser] ingediende klachten leverde volgens het verslag het volgende beeld op:
‘a. U maakt standaard/structureel gebruik van één format, waarin telkens dezelfde klachtonderdelen terugkomen (copy/paste);
b. De klachten zijn niet concreet maar zijn vrijwel altijd algemene citaten uit uitspraken van de Commissie van Beroep zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat en waarom dat in het betreffende klachtdossier ook zou spelen. Er wordt geen koppeling gemaakt met het individuele product of de individuele dienst en ook niet met de specifieke omstandigheden die bij de betreffende consument spelen en die relevant kunnen zijn voor de beoordeling;
c. Het gevorderde bedrag vindt geen steun in de stellingen en onderliggende stukken. Een koppeling tussen de vordering en de gestelde tekortkomingen, dan wel het onrechtmatig handelen ontbreekt;
d. De bijlagen worden niet gekoppeld aan concrete stellingen in de klachtuitingen;
e. Sommige bijlagen zijn fotokopieën die niet goed leesbaar zijn.’
Verder wordt in het gespreksverslag gewezen op artikel 48 uit het reglement 2017 en wordt een aantal handreikingen gedaan om de wijze van procederen te verbeteren. Als bijlage is een lijst met een aantal zaken gevoegd, met het verzoek de klachten aan te passen met inachtneming van de handreikingen.
2.6.
[eiser] heeft bij brief van 18 februari 2021 gereageerd op het ontvangen gespreksverslag en – kort gezegd – verzocht om een nadere toelichting over de wijze waarop het procederen verbeterd kan worden. Bij e-mailbericht van 1 maart 2021 heeft Kifid meegedeeld te verwachten dat [eiser] met de gedane handreikingen uit de voeten kan.
2.7.
Bij brieven van 28 januari 2022 heeft Kifid [eiser] in twee lopende zaken verzocht de klacht te concretiseren. Hierop hebben partijen op 31 januari 2022 een telefoongesprek gevoerd, waarvan door Kifid een gespreksverslag is opgesteld. Volgens dit verslag is besproken dat het overleggen van de correspondentie van de interne klachtprocedure met bijlagen niet voldoende is. Verwacht wordt dat wordt ingegaan op het definitieve standpunt van de financiële dienstverlener en relevante uitspraken van de Geschillencommissie en de Commissie van Beroep te betrekken bij het concretiseren van de klachtuitingen.
2.8.
Op 1 februari 2022 heeft Kifid [eiser] schriftelijk gewaarschuwd dat klachten in het vervolg niet behandeld zouden kunnen worden als deze niet voldoende geconcretiseerd zijn. [eiser] heeft daar bij brief van 15 februari 2022 op gereageerd en – onder meer – aangegeven de genoemde waarschuwing disproportioneel te vinden.
2.9.
Bij brief van 25 februari 2022 schreef Kifid aan [eiser]:

U treedt op als professioneel vertegenwoordiger namens consumenten
Wij mogen van een professioneel vertegenwoordiger die jurist is verwachten dat hij geen begeleiding nodig heeft bij het op de juiste manier indienen van klachten namens zijn consumenten. In die zin verwachten wij van een professioneel vertegenwoordiger meer dan van een consument die niet professioneel wordt bijgestaan. Wij hebben geconstateerd dat u keer op keer begeleiding nodig heeft en wij hebben u inmiddels diverse kansen gegeven en hulp geboden. Hierdoor zijn bij ons opnieuw twijfels ontstaan over uw professionaliteit als vertegenwoordiger die jurist is.
Waarschuwing op grond van artikel 48 van ons reglement
Ik heb u er in ons gesprek van 1 februari 2021 op gewezen dat wanneer wij blijven zien dat u de belangen van de door u bijgestane consumenten onvoldoende dient, de mogelijkheid open staat om u op grond van artikel 48 van ons reglement het recht te ontzeggen om als vertegenwoordiger op te treden. Helaas heb ik moeten constateren dat u ook na daartoe te zijn gewaarschuwd uw wijze van procederen niet heeft aangepast. Dat baart mij zorgen. Vandaar dat ik u nogmaals wijs op artikel 48 en de gevolgen daarvan.
Waarschuwing manier van procederen
De aan u gedane concretiseringsverzoeken zijn niet drempelverhogend voor consumenten om hun klacht in te dienen. Deze verzoeken zijn juist in het belang van de consumenten die u bijstaat gedaan en zijn nodig voor een efficiënte klachtbehandeling. Van u als professioneel gemachtigde mag worden verwacht dat u, zeker gelet op onze handreikingen van februari 2021, in staat bent de klachten direct voldoende te concretiseren. Dat de concretiseringsverzoeken niet in het belang zijn van de consumenten, zoals u in uw brief heeft gesteld, omdat u daardoor verplicht bent meer kosten in rekening te brengen bij de consumenten die u bijstaat, kunnen wij niet volgen. Het is aan u om te bepalen welke kosten u voor welke werkzaamheden in rekening brengt bij uw cliënten. Kennelijk kiest u ervoor om het aanpassen van de klachten door te berekenen aan de consumenten voor wie u dit doet. Voor de goede orde wijs ik erop dat de klachtprocedure bij de Geschillencommissie gratis is voor consumenten.’
2.10.
Met een brief van 23 november 2022 heeft Kifid aan [eiser] haar voornemen kenbaar gemaakt om hem uit te sluiten als vertegenwoordiger van consumenten. Met verwijzing naar artikel 48 van het reglement 2017 en artikel 65 van het reglement 2022 en een overzicht van de ondernomen acties, zijn hem de volgende redenen voor uitsluiting meegedeeld:
‘De wijze waarop u consumenten bijstaat bij Kifid schaadt de belangen van deze consumenten. Over het risico van uitsluiting als gevolg hiervan bent u diverse malen gewaarschuwd. Ondanks deze waarschuwingen en allerlei uitspraken van de Geschillencommissie waarin kritiek is geuit op uw wijze van procederen, heeft u helaas uw werkwijze niet zodanig aangepast dat van het schaden van de belangen van de consumenten die u bijstaat geen sprake meer is. Bij deze brief treft u een overzicht aan van momenten waarin uw wijze van procederen door Kifid aan de orde is gesteld (bijlage). Uit dit overzicht volgt dat u de belangen van de consumenten die u bijstaat op de volgende wijze schaadt:
  • De kwaliteit van de door u ingediende klachten is onvoldoende. U maakt veelal gebruik van standaard formats waarbij telkens dezelfde klachtonderdelen terugkomen zonder dat u deze toespitst op de situatie van de betreffende consument. Ook verwijst u naar uitspraken van de Commissie van Beroep en de Geschillencommissie zonder duidelijk te maken waarom die uitspraken in het betreffende klachtdossier relevant zijn en welke gevolgen die uitspraken eventueel hebben voor de te nemen beslissing.
  • Daarnaast bevatten uw klachten algemene, vage, onjuiste, tegenstrijdige stellingen die niet worden onderbouwd.
  • U blijft klachtonderdelen naar voren brengen waarover in eerdere uitspraken al is geoordeeld en waaruit blijkt dat die klachtonderdelen niet slagen.
  • De door u namens consumenten gevorderde bedragen vinden geen steun in de stellingen en onderliggende stukken. Ook vraagt u standaard in alle zaken een immateriële schadevergoeding van € 25.000, kennelijk om gebruik te kunnen maken van de beroepsprocedure bij de Commissie van Beroep.
  • U dient namens consumenten klachten in die kennelijk ongegrond zijn of niet behandelbaar zijn op basis van het reglement.
  • U heeft uw wijze van procederen niet verbeterd en blijft tegen beter weten in standaardklachten indienen, waarbij het feitencomplex dat betrekking heeft op de omstandigheden van de individuele consument ontbreken.’
Het voorgaande in overweging nemende brengt mij tot het voornemen om u voor drie jaar het recht te ontzeggen om als vertegenwoordiger van consumenten bij Kifid op te treden.’
2.11.
Kifid heeft dit voornemen bekend gemaakt bij de consumenten die op dat moment in lopende procedures werden bijgestaan door [eiser].
2.12.
Bij brief van 5 december 2022 heeft [eiser] gereageerd op het voornemen hem uit te sluiten om als vertegenwoordiger bij Kifid op te treden. In deze brief schreef [eiser] – voor zover hier relevant – het volgende:
‘Ik eis op basis van het voorgaande dat:
  • Duidelijk wordt onderbouwd wat de toegevoegde waarde van de uitsluiting is ten opzichte van mijn vrijwillig verkozen afscheid van Kifid;
  • Klachten over andere financiële producten uitzondert tenzij nadrukkelijk onderbouwt met stellingen en bewijzen;
  • Procedures bij de Commissie van Beroep worden uitgesloten van de uitsluiting vanwege de onafhankelijke positie van deze Commissie.
  • Duidelijk wordt gemaakt tot wie het voornemen zich richt:
  • De natuurlijke persoon [eiser]?
  • De vennootschap [bedrijfsnaam 2] BV en haar huidige en toekomstige werknemers?
  • De Stichting [stichting]?’
2.13.
Kifid heeft per brief van 12 december 2022, onder verwijzing naar de brief van 23 november 2022, aan [eiser] meegedeeld dat hij per direct en voor de duur van drie jaar werd uitgesloten om als vertegenwoordiger op te treden. Op 14 december 2022 heeft Kifid een bericht met de strekking van deze beslissing op haar website geplaatst.
2.14.
Op de website van Assurantie Magazine (hierna: AMweb) is een bericht verschenen waarin melding werd gemaakt van de schorsing van [eiser].

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert, na wijziging en vermeerdering van eis, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
voor recht verklaart dat Kifid onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door hem te schorsen (voor de duur van drie jaar);
Kifid veroordeelt om de schorsing van [eiser] onvoorwaardelijk en per direct volledig op te heffen;
Kifid veroordeelt om binnen zeven dagen na dit vonnis, enerzijds een duidelijke en ineens zichtbare rectificatie te publiceren op haar website voor de duur van twaalf maanden en anderzijds een persbericht met rectificatie te sturen naar twee landelijke dagbladen en AMweb;
Kifid veroordeelt tot betaling van € 293.494 dan wel € 282.314 in het kader van omzetderving;
Kifid veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over het bedrag in het kader van de omzetderving vanaf 1 januari 2023 tot de datum van de algehele voldoening;
Kifid te veroordelen tot betaling van een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten;
Kifid veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000 aan [eiser] op grond van immateriële schade;
subsidiair
8. een andere voorziening treft die recht doet aan de positie van [eiser];
zowel primair als subsidiair
9. Kifid veroordeelt in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen ten grondslag dat Kifid onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De materiële schade van [eiser] bestaat uit gemiste omzetderving van € 282.314 en urenderving ter waarde van € 11.180. Voor het schenden van zijn goede naam en reputatie vordert [eiser] op grond van artikel 6:106 BW een symbolisch bedrag van € 1.000.
3.3.
Kifid voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

[eiser] heeft zijn rechten niet verwerkt
4.1.
Het meest verstrekkende verweer van Kifid is dat [eiser] zijn rechten heeft verwerkt. [eiser] heeft, na het tussenvonnis van de kantonrechter, bij brief van 25 juni 2025 op ondubbelzinnige wijze meegedeeld de procedure te staken. Bij Kifid is daarmee het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat [eiser] zijn rechten niet meer zou gaan uitoefenen.
4.2.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of stilzitten niet voldoende. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. De brief van 25 juni 2025 is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om van een bijzondere omstandigheid te spreken. Zolang een procedure aanhangig is kan een procespartij haar vorderingen en standpunten wijzigen. De verwijzingsbeslissing van de kantonrechter was voor [eiser] aanvankelijk reden om de procedure te staken, maar toen Kifid de procedure wilde voortzetten vanwege de proceskostenveroordeling heeft [eiser] tijdig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn standpunten en vorderingen te wijzigen. De rechtbank ziet hierin geen reden voor het verstrekkende oordeel dat [eiser] zijn rechten zou hebben verwerkt.
Kifid heeft terecht gebruik gemaakt van haar bevoegdheid [eiser] te schorsen
4.3.
Deze zaak gaat in de kern om de vraag of Kifid [eiser] mocht schorsen als gemachtigde. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Dit licht zij als volgt toe.
4.4.
Kifid heeft bij de schorsing gebruik gemaakt van de daartoe strekkende bevoegdheid die is opgenomen in haar reglement. [eiser] heeft onvoldoende toegelicht waarom het opnemen van deze bevoegdheid in het reglement in strijd zou zijn met de ADR-richtlijn [1] of met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat deze bevoegdheid niet geldt voor advocaten, zoals [eiser] heeft aangevoerd, is niet relevant. Voor advocaten geldt immers dat zij deel uitmaken van een beschermde beroepsgroep en onder tuchtrechtelijk toezicht staan van de Nederlandse Orde van Advocaten. De belangen van consumenten zijn via die weg voldoende beschermd. Voor vertegenwoordigers geldt een dergelijke tuchtrechtelijk regime niet, zodat Kifid in haar reglement een gerechtvaardigd onderscheid heeft gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat Kifid – onder de in het reglement genoemd voorwaarden – bevoegd is om personen uit te sluiten als vertegenwoordiger bij Kifid.
4.5.
Het reglement voorziet in de mogelijkheid een vertegenwoordiger (tijdelijk) uit te sluiten, zoals blijkt uit artikel 48 van het reglement 2017 en artikel 65 van het reglement 2022. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de beslissing tot uitsluiting van [eiser] aan de voorwaarden die de reglementen daaraan verbinden.
4.6.
Reeds tijdens het gesprek tussen partijen op 1 februari 2021 heeft Kifid haar zorgen geuit over de omvang van het aantal klachten, de kwaliteit van de klachtuitlatingen en de mogelijke gevolgen hiervan voor de belangen van de consumenten. Nadien heeft Kifid deze zorgen meerdere malen richting [eiser] herhaald, zoals blijkt uit de brieven van 28 januari 2022, het telefoongesprek op 31 januari 2022 en de brieven van 1 en 25 februari 2022. Uit dit alles blijkt dat de zorgen van Kifd steeds waren gericht op de bescherming van de belangen van consumenten. De klachten die [eiser] bij Kifid indiende waren ondermaats als het gaat om leesbaarheid, begrijpelijkheid en doelmatigheid van de door hem ingediende stukken. Dat beeld komt ook naar voren uit de klachten die bij wijze van voorbeeld in het kader van deze procedure zijn overgelegd.
4.7.
Ondanks de geuite zorgen is de kwaliteit van de klachten die [eiser] indiende niet verbeterd. Dit blijkt onder meer uit een uitspraak van 4 oktober 2022 in een klachtprocedure die [eiser] namens een consument is gestart, en waarin de klacht op verzoek van Kifid door [eiser] is aangepast. De Geschillencommissie oordeelt in deze uitspraak (met zaaknummer 2022-0842) in rechtsoverweging 3.1 onder meer dat de beoordeling van de klacht werd bemoeilijkt ‘
doordat essentiële onderdelen van het feitencomplex ontbreken’ en ‘
de vertegenwoordiger van de consumenten bovendien verwijst naar voorwaarden die behoren bij een ander product.
4.8.
Daarnaast heeft Kifid onweersproken gesteld dat [eiser] klachten van consumenten verhoogde met € 25.000 aan immateriële schadevergoeding om zo tegen bindende uitspraken van de Geschillencommissie in beroep te kunnen gaan bij de Commissie van Beroep. Deze verhoging van het geldelijk belang vond uitsluitend plaats om een beroepsmogelijkheid te creëren. Dat kost de consument echter wel € 500, waarmee het belang van de betreffende consument niet is gediend.
4.9.
Kifid heeft voldoende toegelicht dat [eiser] met zijn manier van procederen een onevenredige belasting heeft gelegd op de organisatie van Kifid. Dit had tot gevolg dat de termijnen werden verlengd waarbinnen uitspraak zou worden gedaan of klachten op een andere manier tot een einde werden gebracht. De belangen van consumenten zijn daarmee niet gediend. Dit geldt voor alle consumenten, dus ook voor de consumenten die door [eiser] werden bijgestaan.
4.10.
Kifid heeft na meerdere waarschuwingen op 23 november 2022 bij [eiser] haar voornemen tot schorsing kenbaar gemaakt en dat ook meegedeeld aan de consumenten die op dat moment door hem werden vertegenwoordigd. Op 12 december 2022 is [eiser] daadwerkelijk geschorst. In lopende procedures is [eiser] vertegenwoordiger gebleven van consumenten die van zijn bijstand gebruik wensten te blijven maken. Kifid heeft dus gehandeld in lijn met de voorschriften in haar reglement.
4.11.
De duur van de schorsing is niet onredelijk. Kifid heeft vanaf het eerste gesprek op 1 februari 2021 tot aan de schorsing op 12 december 2022 een traject van bijna twee jaar doorlopen. In die periode is [eiser] er meerdere keren op gewezen dat zijn manier van procederen voor problemen zorgde. Daarbij zijn al in het begin concrete handreikingen gedaan om de klachten inhoudelijk te verbeteren. Die handreikingen hebben echter niet tot verbetering geleid.
4.12.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat Kifid bevoegd was om personen uit te sluiten als vertegenwoordiger, dat er reden was om [eiser] uit te sluiten als vertegenwoordiger en dat Kifid zich daarbij heeft gehouden aan de voorschriften uit haar reglement. Kifid heeft dus niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
4.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Kifid worden begroot op:
- griffierecht
2.995
- salaris advocaat
5.428
(2 punten × tarief VI van € 2.714)
- nakosten
178
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.601
4.14.
Daarnaast wordt [eiser] veroordeeld in de door Kifid gemaakte proceskosten in het incident. De rechtbank begroot die kosten op € 271 aan salaris advocaat. Het tarief bij een vordering van onbepaalde waarde (zoals het incident) bedraagt volgens het liquidatietarief kanton tussen de € 82 en € 1.087. In dit geval sluit de rechtbank aan bij het tarief van € 271 dat geldt voor een vordering tot en met € 5.000.
4.15.
De totale proceskosten komen daarmee op € 8.601 + € 271 = € 8.872.
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Kifid van € 8.872, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Sturm en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
3425

Voetnoten

1.Richtlijn 203/11/EU betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordeningen (EG) 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, PbEU 2013, L 165/63.