ECLI:NL:RBDHA:2025:2473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevende omstandigheden
Eiseres heeft op 11 november 2022 een aanvraag voor bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Delft. De aanvraag werd op 6 december 2022 afgewezen omdat verweerder niet kon vaststellen dat eiseres in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Eiseres voerde aan dat zij haar moeder hielp bij de opening van een restobar zonder inkomsten te ontvangen, en dat zij daarom recht had op bijstand.
De rechtbank stelt vast dat de periode van beoordeling loopt van 11 november tot 6 december 2022. De bewijslast om aan te tonen dat sprake is van bijstandbehoevende omstandigheden ligt bij eiseres. Hoewel verweerder wist dat eiseres werkzaamheden verrichtte bij het bedrijf van haar moeder, heeft eiseres niet inzichtelijk gemaakt hoe omvangrijk deze werkzaamheden waren. Deze werkzaamheden zijn economisch waardeerbare activiteiten, ook al waren ze vrijwillig.
Omdat eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om haar financiële situatie aannemelijk te maken, kon verweerder niet beoordelen in hoeverre zij bijstandbehoevend was. Hierdoor slaagt het beroep niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard.