Eiser, een levenslanggestrafte met Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een W2-document, dat wordt verstrekt aan vreemdelingen met rechtmatig verblijf zonder geldig grensoverschrijdingsdocument. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet aan de voorwaarden voldoet. Eiser voerde aan dat de minister zijn hoorplicht had geschonden, het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat op grond van het evenredigheidsbeginsel of maatwerk alsnog een W2-document moest worden verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat de minister geen hoorplichtschending beging omdat eiser reeds tijdens een eerdere procedure was gehoord en de bezwaargronden voornamelijk juridische herhalingen waren. Wel constateerde de rechtbank een motiveringsgebrek omdat het bestreden besluit niet inging op het beroep op het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft dit echter in het verweerschrift en ter zitting voldoende toegelicht, waardoor de rechtsgevolgen in stand konden blijven.
De rechtbank wees het beroep op het evenredigheidsbeginsel af, omdat het ontbreken van een W2-document niet de enige belemmering is voor de re-integratieactiviteiten van eiser. Ook het beroep op maatwerk en het arrest Changu werd verworpen, omdat er geen wettelijke grondslag is voor het verstrekken van een identificerend document aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar handhaafde de afwijzing van de aanvraag. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.814,- aan eiser, die was vrijgesteld van griffierecht.