ECLI:NL:RBDHA:2025:24755

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
NL24.11086
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking terugkeerbesluit wegens ontbreken procesbelang

De zaak betreft een beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin de tijdelijke bescherming van eiser per 4 maart 2024 werd beëindigd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.

Tijdens de procedure trok de minister het terugkeerbesluit op 1 oktober 2025 in en meldde dat eiser het Schengengebied had verlaten, waardoor geen terugkeerbesluit meer zou worden opgelegd. De rechtbank vroeg partijen of zij gebruik wilden maken van het recht tot mondelinge behandeling, maar dit werd niet gewenst, waarna het onderzoek werd gesloten.

De rechtbank stelde vast dat eiser geen procesbelang meer had omdat hij niet meer reageerde op berichten en telefonisch niet bereikbaar was. Dit leidde tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank wees ook een proceskostenveroordeling af omdat de minister reeds een onvoorwaardelijk aanbod tot vergoeding had gedaan, waarmee eiser volledig schadeloos was gesteld.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier B. Voors op 22 december 2025 in Arnhem. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11086

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de oplegging van een terugkeerbesluit. Eiser is het hier niet mee eens.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij bestreden besluit van 21 februari 2024 heeft de minister een terugkeerbesluit genomen waarin eiser is meegedeeld dat de aan hem toegekende tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 eindigt.
2.1.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.2.
Op 1 oktober 2025 heeft de minister het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 ingetrokken.
2.3.
Omdat geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiser nog procesbelang?
3. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. De minister heeft de rechtbank met de brief van 19 augustus 2025 op de hoogte gesteld dat eiser het Schengengebied heeft verlaten en dat aan eiser om die reden geen terugkeerbesluit zal worden opgelegd. De gemachtigde heeft eerst op 18 september 2025 laten weten dat er nog steeds contact is met eiser en er daarom nog steeds belang is. Vervolgens heeft de minister op 1 oktober 2025 het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 ingetrokken. De gemachtigde heeft daarna op 20 oktober 2025 laten weten dat eiser niet meer op zijn berichten reageert en de telefoon niet opneemt. De rechtbank heeft op 11 december 2025 de gemachtigde verzocht om aan te geven of het inmiddels is gelukt om weer contact met eiser te krijgen. De gemachtigde heeft op 17 december 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij nog steeds geen contact heeft kunnen krijgen met eiser. . De rechtbank leidt hieruit af dat eiser kennelijk geen belang meer hecht aan een beoordeling van zijn beroep.
3.1.
De rechtbank oordeelt dat eiser gelet op het voorgaande al geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep dient om die reden niet-ontvankelijk verklaard te worden.
3.2.
Over het verzoek tot proceskostenvergoeding overweegt de rechtbank tot slot het volgende. De minister heeft reeds een onvoorwaardelijk aanbod gedaan om de proceskosten te vergoeden en eiser kan de minister daaraan houden. De rechtbank leest hierin, anders dan eiser, niet dat de minister enkel bereid is de proceskosten te vergoeden als het beroep wordt ingetrokken. De grondslag voor het aanbod ligt in het intrekken van de beschikking van 21 februari 2024. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarmee volledig schadeloos is gesteld, zodat om die reden ook geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling.

Conclusie

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Voors, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.