ECLI:NL:RBDHA:2025:2478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf ondanks hechte persoonlijke banden en belangenafweging
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun oma (referente) in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het voordeel van eisers uitviel. De rechtbank bevestigt dat er sprake is van hechte persoonlijke banden en gezinsleven, maar dat dit niet automatisch leidt tot een verblijfsvergunning.
De rechtbank overweegt dat de minister een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt waarbij het belang van de Nederlandse overheid, de sterke banden van eisers met Suriname, de keuze van de referente om naar Nederland te verhuizen en de leeftijd van eisers (16 en 17 jaar) zijn meegewogen. De minister mocht ook het risico van toegang tot voorzieningen uit de openbare kas betrekken.
Eisers stelden dat de medische situatie van de echtgenoot van de referente het reizen naar Suriname zou belemmeren en dat zij geen beroep zouden doen op voorzieningen. De rechtbank vindt echter dat deze stellingen onvoldoende zijn onderbouwd en dat de minister de belangenafweging deugdelijk heeft gemotiveerd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de afwijzing van de mvv blijft in stand, en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot op 21 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.