ECLI:NL:RBDHA:2025:24840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van beroepsgronden in verblijfsvergunningzaak
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Tegen dit primaire besluit heeft eiser bezwaar gemaakt, dat door de minister niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen gronden bevatte, hetgeen een vereiste is op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb. De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar er kwam geen reactie. Ook na latere verzoeken om de stand van zaken te melden, bleef eiser in gebreke.
Gelet op het ontbreken van gronden en het uitblijven van herstel verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 18 december 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift en het uitblijven van herstel.