ECLI:NL:RBDHA:2025:24843

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
NL25.35014
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft twee beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 december 2023, op 3 juni 2025 en 30 juli 2025. De rechtbank heeft het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het tweede beroep van 30 juli 2025. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht.

De rechtbank oordeelt ambtshalve dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het tweede beroep, omdat het eerste beroep al tot een beslissing heeft geleid. Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van 30 juli 2025 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35014

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 1 december 2023.
1.1.
Eiser heeft op 3 juni 2025 en vervolgens nogmaals op 30 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 1 december 2023. Op
17 december 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser van 3 juni 2025 gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. [1] Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
1.2.
In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van 30 juli 2025.
1.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [2]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu de rechtbank reeds op het beroep van 3 juni 2025 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.NL25.24759.
2.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).