ECLI:NL:RBDHA:2025:24849

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
AWB 22/4441
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning regulier

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

Nadat de minister op het bezwaar had beslist, stelde verzoeker beroep in tegen dit besluit. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt het verzoek om voorlopige voorziening als gedaan hangende het beroep.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat nu de hoofdzaak (het beroep) is beslist, een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/4441

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] ,
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot afgifte van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 18 augustus 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
Verzoeker heeft beroep (AWB 22/5625) ingesteld tegen het besluit van 18 augustus 2025. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het verzoek te gelden als gedaan hangende het beroep.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/5625 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.