ECLI:NL:RBDHA:2025:24849
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Nadat de minister op het bezwaar had beslist, stelde verzoeker beroep in tegen dit besluit. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt het verzoek om voorlopige voorziening als gedaan hangende het beroep.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat nu de hoofdzaak (het beroep) is beslist, een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.