ECLI:NL:RBDHA:2025:24850
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Libische nationaliteit wegens onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer
Eiser, een Libische nationaliteit dragende man, verzocht op 4 januari 2025 om een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek op 30 juni 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser vreesde vervolging vanwege de vermeende betrokkenheid van zijn vader bij het Khadaffi-regime en stelde dat hij bij terugkeer in Libië een reëel risico liep op ernstige schade.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 7 augustus 2025 en heropende het onderzoek om het algemeen ambtsbericht over Libië van 24 juli 2025 te betrekken. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een verhoogd risico loopt op willekeurig geweld in Tripoli, waar de situatie volgens het ambtsbericht en jurisprudentie niet uitzonderlijk is.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de psychische klachten van eiser, mede omdat eiser niet meewerkte aan medisch advies. Het verzoek om uitstel van vertrek om medische redenen werd daarom ook afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.