3.1.Verweerder vindt eisers identiteit niet geloofwaardig, omdat hij geen oprechte inspanning heeft verricht om zijn aanvraag te staven, te weinig identificerende documenten heeft overgelegd en daar geen goede verklaring voor heeft.Bovendien vormen eisers verklaringen over zijn identiteit geen samenhangend en aannemelijk geheel.Eisers nationaliteit en herkomst vindt verweerder wel geloofwaardig. Verweerder acht het verder niet aannemelijk dat eisers vader heeft gewerkt voor het Khadaffi-regime en eiser daarom problemen heeft. Verweerder vindt verder dat eiser bij terugkeer naar Libië geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 4 van het Handvesten artikel 3 van het EVRM.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst verwijst eiser naar hetgeen hij in de zienswijze heeft aangevoerd. Verder voert eiser aan dat verweerder op basis van de niet gelakte delen van zijn patiëntdossier van de Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA) een oordeel kan vellen over zijn medische toestand. Verweerder had volgens eiser meer rekening moeten houden met zijn medische situatie. Ook betwist eiser dat hij niet zou hebben meegewerkt aan medische onderzoeken. Daarnaast meent eiser dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat in Tripoli sprake is van een relatief laag niveau van willekeurig geweld. Eiser verwijst in de aanvullende gronden naar een aantal bronnen waaruit blijkt dat er recent sprake is van een hoge mate van willekeurig geweld. Bovendien is een risico verhogende omstandigheid dat eiser Khadaffi-loyalist is. Tot slot voert eiser aan dat verweerder een advies van Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten opvragen om te kunnen beoordelen of hij in staat is om te reizen dan wel de vraag te beantwoorden of bij terugkeer een risico aanwezig is op het ontstaan van een medische noodsituatie binnen drie maanden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Verwijzing naar zienswijze
6. De verwijzing naar de zienswijze kan op zichzelf niet leiden tot gegrondverklaring van het beroep. Verweerder heeft in het bestreden besluit op de zienswijze gereageerd. Voor zover eiser in beroep niet heeft geconcretiseerd op welke punten de motivering van het bestreden besluit onvoldoende is, kan de enkele herhaling van de zienswijze niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.
Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met de psychische klachten van eiser?
7. De rechtbank volgt eisers betoog dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn psychische klachten niet. Hierbij acht de rechtbank van belang dat eiser niet heeft meegewerkt aan het MedTadvies, waardoor niet beoordeeld kon worden met welke lichamelijke of psychische klachten verweerder rekening moest houden tijdens het horen en beslissen. De rechtbank is van oordeel dat dit voor rekening en risico van eiser komt. De enkele stelling dat eiser niet begrijpt waarom de laatste arts van MedTadvies geen advies heeft kunnen uitbrengen, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat uit het overgelegde patiëntdossier van de GZA ook niet kan worden afgeleid dat eiser niet kan verklaren over zijn vader en de werkzaamheden voor Khadaffi. In de beroepsgronden is bovendien niet nader geconcretiseerd op welke verklaringen van eiser zijn psychische gesteldheid van invloed is geweest en bij welke overwegingen van het bestreden besluit daar onvoldoende rekening mee is gehouden.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt?
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in het verweerschrift van 28 augustus 2025 deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er in Tripoli geen sprake is van een uitzonderlijke situatie waarbij de mate van willekeurig geweld zo hoog is dat een vreemdeling enkel door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank wijst ook op de inwerkingtreding van WBV 2025/21waarin staat dat verweerder aanneemt dat er sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli) en Benghazi.