ECLI:NL:RBDHA:2025:24855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste en nareistermijn
Eiseres, een Syrische vrouw, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van het niet voldoen aan het middelenvereiste en het niet veiligstellen van de nareistermijn.
De aanvraag werd afgewezen omdat haar echtgenoot, de referent, een uitkering ontvangt en niet voldeed aan het middelenvereiste. Daarnaast werd geoordeeld dat de eerdere mvv-aanvraag door de stiefzoon niet tot een veilige nareistermijn voor eiseres leidde, aangezien de referent toen nog geen verblijfsvergunning bezat.
Eiseres stelde dat verweerder het middelenvereiste te rigide toepaste en dat de belangenafweging in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Ook werd aangevoerd dat zij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het middelenvereiste toepaste en dat er geen reden was om daarvan af te wijken. De belangenafweging was zorgvuldig en het niet horen van eiseres in bezwaar was toegestaan omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.