ECLI:NL:RBDHA:2025:24858

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
AWB 25/9258
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij verlenging verblijfsvergunning

Eiseres heeft op 12 september 2024 een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'medische behandeling'. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen. Het bezwaar van eiseres tegen deze afwijzing is op 19 maart 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft eiseres op 23 april 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft eiseres verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar zij heeft niet tijdig de gevraagde gegevens verstrekt. Hierdoor is het verzoek om vrijstelling afgewezen en is griffierecht geheven. Eiseres is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen, maar heeft hier geen gehoor aan gegeven.

Omdat het griffierecht niet is betaald en er geen verschoonbare redenen zijn aangevoerd, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier M. Gasi en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/9258

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.Y.H. Amouri),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 september 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een verlenging van de geldigheidsduur van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ afgewezen.
Met het bestreden besluit van 19 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het bezwaar is ongegrond verklaard.
Eiseres heeft op 23 april 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb.
2. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. [2]
3. Bij de indiening van zijn beroepschrift heeft eiseres verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank eiseres op 28 april 2025 verzocht om haar gegevens binnen twee weken over te leggen. Op 3 juni 2025 is het verzoek om vrijstelling van het griffierecht voorlopig afgewezen, aangezien eiseres niet (op tijd) aan het verzoek om gegevens over te leggen heeft voldaan. Er is daarom alsnog griffierecht geheven.
4. Bij brief van 6 juni 2025 is verzoeker in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. Hierop is niet gereageerd. Verzoeker is bij aangetekende brief van 7 juli 2025 nogmaals in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald.
5. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet is betaald. Eiseres heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Artikel 8:41,vierde, vijfde en zesde lid, van de Awb.