ECLI:NL:RBDHA:2025:24868
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk
Verzoeker, een Indiase nationaliteit dragende persoon die 17 jaar in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een reguliere verblijfsvergunning met als doel 'humanitair niet-tijdelijk'. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op grond van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, mede vanwege eerdere strafbare feiten en een contactverbod.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek tijdens een zitting behandeld op 27 november 2025.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De bewaring van verzoeker is opgeheven, waardoor geen acute uitzettingsdreiging meer bestaat. Daarnaast is een besluit op bezwaar op korte termijn te verwachten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.