ECLI:NL:RBDHA:2025:24877
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in verlengde asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juni 2025 waarin zijn asielaanvraag in de verlengde asielprocedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegelijk met deze uitspraak is op het beroep zelf uitspraak gedaan in zaaknummer NL25.26368, waarbij het beroep als kennelijk ongegrond is afgewezen.
Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 december 2025 en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.