Eiseres, een Zimbabwaanse vrouw die asiel aanvraagt vanwege vervolging op grond van haar lesbische geaardheid, diende op 23 oktober 2024 een asielaanvraag in. De Minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 10 oktober 2025 af als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 4 december 2025.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres naast haar Zimbabwaanse nationaliteit ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit, ondanks het feit dat eiseres met een Zuid-Afrikaans paspoort reisde. De rechtbank benadrukt dat de culturele en religieuze achtergrond van eiseres onvoldoende is betrokken bij de beoordeling van haar geloofwaardigheid, terwijl dit volgens de werkinstructie 2019/17 verplicht is.
Verder heeft verweerder onvoldoende onderbouwd waarom de verklaringen van eiseres over haar lesbische relatie niet geloofwaardig zouden zijn. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.