ECLI:NL:RBDHA:2025:24920

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/686164 / FA RK 25-4095 T1
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van een bijzondere curator in een zorgregeling voor minderjarigen na scheiding

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 10 oktober 2025 een beschikking gegeven in het kader van een zorgregeling voor minderjarigen na de scheiding van de ouders. De vader heeft op 2 juni 2025 een verzoek ingediend om een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen na een opbouwperiode bij hem zouden verblijven. De moeder heeft verweer gevoerd en aangegeven dat de kinderen, met name de jongere twee, geen contact meer willen met de vader na een incident in 2022. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een belangenstrijd is tussen de ouders en de minderjarigen, en heeft besloten om een bijzondere curator te benoemen, mevrouw mr. J.E.C. Verhoeff, om de belangen van de minderjarigen te behartigen. De rechtbank heeft de bijzondere curator de opdracht gegeven om met de kinderen en de ouders in gesprek te gaan en te onderzoeken wat nodig is voor onbelast contact met de vader. De ouders zijn verplicht om hun medewerking te verlenen aan het onderzoek van de bijzondere curator. De rechtbank heeft verder bepaald dat de bijzondere curator uiterlijk op 1 december 2025 verslag moet uitbrengen over haar bevindingen, waarna de rechtbank zal beoordelen of verdere behandeling nodig is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4095
Zaaknummer: C/09/686164
Datum beschikking: 10 oktober 2025

Zorgregeling

Beschikking op het op 2 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 2 juni 2025;
  • het bericht van 30 juni 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
  • het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 9 september 2025;
  • een pleitnota, met bijlagen, van de zijde van de vader.
De kinderen hebben in een gesprek met de kinderrechter en in een brief laten weten wat zij van het verzoek vinden.
Op 12 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, alsmede mevrouw
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest.
  • Uit het huwelijk van partijen zijn de volgende kinderen geboren:
[geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 2] 2010 te
[geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 3] 2012 te
[geboorteplaats] .
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

Verzoek en verweer

De vader verzoekt een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen na een door de rechtbank te bepalen opbouwperiode bij de vader zullen verblijven om de week één week, alsmede de helft van alle vakantieperioden en alle feestdagen, een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. In 2017 zijn partijen uit elkaar gegaan. Tot juli 2022 had de vader regelmatig contact met alle drie de kinderen. Zo sliepen de kinderen lange tijd van zaterdag op zondag bij de vader en zijn zij een aantal keer met de vader op vakantie geweest. In juli 2022 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij de vader zich tegenover de kinderen negatief heeft uitgelaten over de nieuwe partner van de moeder. Deze ruzie heeft veel impact op de kinderen gehad. [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] willen sindsdien geen contact meer met de vader. [de minderjarige 1] heeft wel contact met de vader gehouden. Zij gaan bijvoorbeeld samen uit eten en trainen ook samen.
De vader wil niets liever dan dat het contact met [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] wordt hersteld. Hij heeft daar de afgelopen jaren erg zijn best voor gedaan, maar tot nu toe zonder succes. Voor wat betreft [de minderjarige 1] geldt dat de vader graag zou zien dat het contact wordt uitgebreid en dat [de minderjarige 1] af en toe bij hem kan blijven slapen.
De moeder heeft aangegeven dat zij het aan [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] zelf overlaat of zij contact met de vader willen. Op dit moment willen zij dat niet en de moeder wil hen niet dwingen. Vastlegging van een zorgregeling tussen [de minderjarige 1] en de vader vindt de moeder gezien de leeftijd van [de minderjarige 1] niet nodig. Volgens de moeder wil [de minderjarige 1] graag zelf de regie houden.
De rechtbank vindt het zorgelijk dat [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige 2] geen contact meer met hun vader willen. Zij maakt zich ook zorgen over de lastige positie waarin [de minderjarige 1] zich bevindt. Aangezien [de jong-meerderjarige] inmiddels meerderjarig is, zal de rechtbank ten aanzien van hem geen beslissing nemen. Voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] acht de rechtbank het van belang dat zij een deskundig vertrouwenspersoon krijgen toegewezen die hun belangen kan behartigen en hen kan vertegenwoordigen.
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW. Mevrouw mr. J.E.C. Verhoeff is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd. Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en met de ouders in gesprek gaat om te kijken wat er voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nodig is om onbelast contact met de vader te kunnen hebben. Voor wat betreft [de minderjarige 2] verzoekt de rechtbank de bijzondere curator specifiek te bezien of er een herstelgesprek met de vader mogelijk is.
Het staat de bijzondere curator vrij om gedurende het onderzoek te bemiddelen tussen de vader, de moeder en de kinderen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen. Verder staat het de bijzondere curator vrij, indien zij dit nodig acht, informatie aangaande de kinderen op te vragen bij derden, teneinde een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen over hun situatie en wat in hun belang noodzakelijk is.
De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hun volledige medewerking zullen verlenen aan het onderzoek door de bijzondere curator en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 1 december 2025 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en de ouders. De ouders zullen in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken na ontvangst van het verslag hierop te reageren. Daarna zal de rechtbank beoordelen of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan of dat een nieuwe behandeling ter zitting nodig is.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de proceskosten zal pro forma worden aangehouden tot na te melden datum.

Beslissing

De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats] :
mevrouw mr. J.E.C. Verhoeff,
kantoorhoudende te:
Nassauplein 27A,
2585 EC ’s-Gravenhage,
telefoonnummer: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres] ;
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking en een kopie van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
verzoekt de (advocaten van de) ouders zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen een week hun contactgegevens (telefoonnummer en e-mailadres) per e-mail aan de bijzondere curator toe te sturen;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk op
1 december 2025schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan de ouders;
bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden; daarbij dienen de ouders zich ook uit te laten over de gewenste voortgang van de procedure en of de zaak al dan niet verder schriftelijk kan worden afgedaan;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de zorgregeling en de proceskostenaan tot
1 december 2025 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door
mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 oktober 2025.