ECLI:NL:RBDHA:2025:24924

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/692299 / FA RK 25-7332
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakanties met minderjarige kinderen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 14 oktober 2025 een beschikking gegeven in een geschil tussen een moeder en een vader over vervangende toestemming voor vakanties met hun minderjarige kinderen. De moeder heeft op 29 september 2025 een verzoek ingediend om toestemming te krijgen om met de kinderen op vakantie te gaan naar twee bestemmingen: [bestemming 1] van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 en [land 1] van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen en dat de vader zijn toestemming voor de vakanties weigert. De rechtbank heeft de belangen van de kinderen in overweging genomen en geconcludeerd dat het in hun belang is om met de moeder op vakantie te gaan. De rechtbank heeft de toestemming verleend, waarbij de toestemming van de vader wordt vervangen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7332
Zaaknummer: C/09/692299
Datum beschikking: 14 oktober 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 29 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 29 september 2025;
  • het bericht van 6 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
Op 10 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: de moeder met mr. J.C.G.J. van der Linden (waarnemend voor mr. H.H.M.
de Vries-Veringa). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] .
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan met bestemming [bestemming 1] en vertrekdatum vanuit Nederland 16 oktober 2025 en datum van terugkeer 21 oktober 2025;
  • haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan met bestemming [bestemming 2] in [land 1] en vertrekdatum vanuit Nederland 27 december 2025 en datum van terugkeer 2 januari 2026,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders, of een van hen, aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder wil van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 met de kinderen op vakantie gaan naar [bestemming 1] en van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026 naar [land 1] . Aangezien de vader weigert zijn toestemming te geven voor deze vakanties, verzoekt de moeder de rechtbank vervangende toestemming te verlenen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek en de rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij met de moeder op vakantie kunnen gaan. Voor beide vakanties geldt dat het niet op momenten valt dat de kinderen volgens de zorgregeling bij de vader zijn. Voor de vakantie naar [bestemming 1] heeft de moeder op de zitting verklaard dat zij op donderdag 16 oktober 2025 na school zal vertrekken. Op vrijdag hebben de kinderen een studiedag en de week daarna hebben zij herfstvakantie. De kinderen zullen dus geen school missen. De rechtbank ziet dus geen reden om de toestemming te weigeren.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] , en [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] , in de periode van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 op vakantie te gaan naar [land 2] ;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met voormelde minderjarigen in de periode van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026 op vakantie te gaan naar [land 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.