Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 29 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 29 augustus 2025;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw, ingekomen op 15 september 2025;
- het bericht van 15 september 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 15 september 2025 van de zijde van de man;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken tevens houdende gewijzigde c.q. aanvullende verzoeken van de zijde van de man, ingekomen op 7 oktober 2025;
- de brief van 9 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 9 oktober 2025, met bijlage, van de zijde van de man.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2020.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit.
- De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw is Brits burger.
Verzoek en verweer
- primair:
- te bepalen dat [de minderjarige] de even weken vanaf maandagochtend naar school tot en met maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw zal verblijven, alsmede te bepalen dat degene waar [de minderjarige] zal zijn op die dagen ook het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , [adres] , heeft, met inbegrip van de inboedel, waarbij de andere ouder op die dagen de woning ook niet mag betreden;
- te bepalen dat de overdracht op de dagen dat [de minderjarige] geen school heeft plaatsvindt in de publieke hal van de echtelijke woning op de maandag om 10.00 uur;
- subsidiair: te bepalen dat de man met ingang van de datum van de te wijzen beschikking gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met het bevel dat de vrouw die woning per die datum dient te verlaten en verder niet mag betreden,
primair: te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van de te wijzen beschikking gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de daar zich bevindende inboedel, met het bevel dat de man die woning per die datum dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- te bepalen dat [de minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- te bepalen dat [de minderjarige] voorlopig de even weken vanaf maandagochtend naar school tot en met maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw, alsmede te bepalen dat [de minderjarige] voorlopig de helft van de vakanties bij de vrouw zal zijn en de helft van de vakanties bij de man;
- primair: met ingang van 1 september 2025 een voorlopige kinderalimentatie regeling vast te stellen als volgt:
- ieder van partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
- de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden vanuit de gezamenlijke kinderrekening betaald;
- de kinderbijslag, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke rekening overgemaakt;
- de man fourneert elke maand € 222,75 op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw € 74,25;
- de man betaalt een voorlopige kinderalimentatie aan de vrouw van € 173,25 per maand;
- deze bedragen zijn onderhavig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026;
- de man betaalt 75% van de school fees en de vrouw 25%;
- te bepalen dat [de minderjarige] in de even weken van maandagochtend naar school tot en met (de daaropvolgende week) maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw zal verblijven, waarbij de overdracht op de dagen dat [de minderjarige] niet naar school gaat, plaats zal vinden in de publieke hal van de echtelijke woning op maandag om 10.00 uur
- te bepalen dat de vakanties en feestdagen bij helfte zullen worden verdeeld op de wijze zoals is beschreven in het als productie 29 bij het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken overgelegde overzicht, waarbij het verzoek is dat in de twee weken durende vakanties de reguliere regeling zal doorlopen met uitzondering van de in het schema genoemde feestdagen;
- vast te stellen dat partijen met ingang van de datum van de beschikking voorlopig gehouden zijn om op de volgende wijze bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] :
- ieder van de partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
- de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
- de kinderbijslag en het kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
- de man stort € 254,- op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw € 757,-;
- de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026,
Beoordeling
- ieder van de partijen betaalt zelf de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
- de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
- de kinderbijslag en een eventueel kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
- de man stort € 290,- per maand op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw
- de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026.
Beslissing
[geboorteplaats] , voorlopig in de even weken bij de man en in de oneven weken de vrouw zal verblijven, met een wisselmoment maandagochtend naar school. Op de dagen dat [de minderjarige] niet naar school gaat, zal de overdracht plaatsvinden in de publieke hal van de echtelijke woning op maandag om 10.00 uur;
- ieder van de partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
- de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
- de kinderbijslag en een eventueel kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
- de man stort € 290,- per maand op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw
- de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026;