ECLI:NL:RBDHA:2025:24926

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/690832 / FA RK 25-6561
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure met betrekking tot gezag en alimentatie

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 24 oktober 2025 een beschikking gegeven in een voorlopige voorzieningenprocedure tussen een man en een vrouw die in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn. De man en de vrouw zijn gehuwd en hebben samen een minderjarig kind. De man heeft de Nederlandse nationaliteit, terwijl de vrouw Brits is. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder verzoekschriften en verweerschriften van beide partijen. De man heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind. De vrouw heeft verweer gevoerd en ook zelfstandig verzoeken ingediend. Tijdens de zitting op 10 oktober 2025 zijn beide partijen verschenen, vergezeld door hun advocaten en een tolk. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de voorlopige zorgregeling, waarbij het kind in de even weken bij de man en in de oneven weken bij de vrouw verblijft. De rechtbank heeft ook besloten dat de vrouw het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning krijgt toegewezen. De man zal met ingang van 1 oktober 2025 een voorlopige partneralimentatie van € 750,- per maand aan de vrouw betalen. De rechtbank heeft de afspraken over de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vastgelegd en verklaard dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is. De rechtbank heeft het meer of anders verzochte afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6561
Zaaknummer: C/09/690832
Datum beschikking: 24 oktober 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 29 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.D. Verwoerd te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Groenleer te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 29 augustus 2025;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw, ingekomen op 15 september 2025;
  • het bericht van 15 september 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
  • de brief van 15 september 2025 van de zijde van de man;
  • het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken tevens houdende gewijzigde c.q. aanvullende verzoeken van de zijde van de man, ingekomen op 7 oktober 2025;
  • de brief van 9 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 9 oktober 2025, met bijlage, van de zijde van de man.
Op 9 oktober 2025 om 21.39 uur is door de man een brief met bijlagen ingediend. De rechtbank zal deze brief en de bijlagen buiten beschouwing laten, omdat zij deze stukken gelet op de late indiening vóór de zitting niet heeft kunnen inzien en op de zitting geen beroep is gedaan op deze stukken.
Op 10 oktober is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat en een stagiaire, alsmede de vrouw met haar advocaat en een tolk (mevrouw I. Getkate). Van de zijde van de vrouw is een pleitnotitie overgelegd en voorgedragen.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2020.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit.
  • De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw is Brits burger.

Verzoek en verweer

De man verzocht aanvankelijk:
  • primair:
  • te bepalen dat [de minderjarige] de even weken vanaf maandagochtend naar school tot en met maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw zal verblijven, alsmede te bepalen dat degene waar [de minderjarige] zal zijn op die dagen ook het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , [adres] , heeft, met inbegrip van de inboedel, waarbij de andere ouder op die dagen de woning ook niet mag betreden;
  • te bepalen dat de overdracht op de dagen dat [de minderjarige] geen school heeft plaatsvindt in de publieke hal van de echtelijke woning op de maandag om 10.00 uur;
  • subsidiair: te bepalen dat de man met ingang van de datum van de te wijzen beschikking gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met het bevel dat de vrouw die woning per die datum dient te verlaten en verder niet mag betreden,
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de man. Daarnaast heeft zij zelfstandig verzocht:
-
primair: te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van de te wijzen beschikking gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de daar zich bevindende inboedel, met het bevel dat de man die woning per die datum dient te verlaten en verder niet mag betreden;
subsidiair: te bepalen dat beide partijen gerechtigd zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de daar zich bevindende inboedel, waarbij de slaapkamer door de vrouw mag worden gebruikt, met uitsluiting van de man, en het kantoor door de man, met uitsluiting van de vrouw;
  • te bepalen dat [de minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
  • te bepalen dat [de minderjarige] voorlopig de even weken vanaf maandagochtend naar school tot en met maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw, alsmede te bepalen dat [de minderjarige] voorlopig de helft van de vakanties bij de vrouw zal zijn en de helft van de vakanties bij de man;
  • primair: met ingang van 1 september 2025 een voorlopige kinderalimentatie regeling vast te stellen als volgt:
  • ieder van partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
  • de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden vanuit de gezamenlijke kinderrekening betaald;
  • de kinderbijslag, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke rekening overgemaakt;
  • de man fourneert elke maand € 222,75 op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw € 74,25;
  • de man betaalt een voorlopige kinderalimentatie aan de vrouw van € 173,25 per maand;
  • deze bedragen zijn onderhavig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026;
  • de man betaalt 75% van de school fees en de vrouw 25%;
subsidiair: te bepalen dat de man voorlopig, met ingang van 1 september 2025, met een bedrag ad € 398,- per maand, te betalen aan de vrouw, gaat bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] ;
- te bepalen dat de man voorlopig, met ingang van 1 september 2025 met vooruitbetaling, met € 5.623,- bruto per maand bijdraagt in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.
De man heeft – onder referte ten aanzien van het zelfstandige verzoek met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning – verweer gevoerd. Daarnaast heeft hij zijn verzoeken gewijzigd c.q. aangevuld, in die zin dat hij nu verzoekt:
  • te bepalen dat [de minderjarige] in de even weken van maandagochtend naar school tot en met (de daaropvolgende week) maandagmiddag uit school bij de man zal verblijven en in de oneven weken vanaf maandagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school bij de vrouw zal verblijven, waarbij de overdracht op de dagen dat [de minderjarige] niet naar school gaat, plaats zal vinden in de publieke hal van de echtelijke woning op maandag om 10.00 uur
  • te bepalen dat de vakanties en feestdagen bij helfte zullen worden verdeeld op de wijze zoals is beschreven in het als productie 29 bij het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken overgelegde overzicht, waarbij het verzoek is dat in de twee weken durende vakanties de reguliere regeling zal doorlopen met uitzondering van de in het schema genoemde feestdagen;
  • vast te stellen dat partijen met ingang van de datum van de beschikking voorlopig gehouden zijn om op de volgende wijze bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] :
  • ieder van de partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
  • de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
  • de kinderbijslag en het kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
  • de man stort € 254,- op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw € 757,-;
  • de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Partijen zijn het eens dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning kan worden toegekend aan de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Voorlopige zorgregeling
Partijen zijn het eens over een voorlopige reguliere zorgregeling, inhoudende dat [de minderjarige] in de even weken bij de man en in de oneven weken bij de vrouw zal verblijven, met een wisselmoment op maandagochtend naar school. Op de dagen dat [de minderjarige] niet naar school gaat, zal de overdracht plaatsvinden in de publieke hal van de echtelijke woning op maandag om 10.00 uur. De rechtbank zal voormelde regeling vastleggen.
Op de zitting hebben partijen ook volledige overeenstemming bereikt over de voorlopige verdeling van de vakanties en feestdagen. De rechtbank zal conform de overeenstemming tussen partijen beslissen.
Voorlopige toevertrouwing [de minderjarige]
Aangezien [de minderjarige] evenveel tijd zal doorbrengen bij de vrouw als bij de man, zal de rechtbank [de minderjarige] niet aan één van de ouders toevertrouwen. Het verzoek van de vrouw om [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen zal dan ook worden afgewezen. De rechtbank merkt op dat de ouders het eens zijn dat [de minderjarige] voorlopig ingeschreven blijft staan op het adres van de echtelijke woning.
Voorlopige regeling kosten [de minderjarige]
Op de zitting hebben partijen de volgende afspraken gemaakt over de wijze waarop zij zullen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] :
  • ieder van de partijen betaalt zelf de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
  • de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
  • de kinderbijslag en een eventueel kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
  • de man stort € 290,- per maand op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw
  • de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026.
De rechtbank zal voormelde afspraken vastleggen.
Voorlopige partneralimentatie
Op de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat de man met ingang van 1 oktober 2025 voorlopig een partneralimentatie aan de vrouw zal betalen van € 750,- bruto per maand. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] , [adres] , en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te
[geboorteplaats] , voorlopig in de even weken bij de man en in de oneven weken de vrouw zal verblijven, met een wisselmoment maandagochtend naar school. Op de dagen dat [de minderjarige] niet naar school gaat, zal de overdracht plaatsvinden in de publieke hal van de echtelijke woning op maandag om 10.00 uur;
bepaalt dat de vakanties en feestdagen voorlopig als volgt zullen worden verdeeld:
- herfstvakantie: beiden een week;
- kerstvakantie: beiden een week;
- kerstavond en eerste kerstdag: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man;
- tweede kerstdag (met opvolgende nacht): even jaren bij de man en oneven jaren bij de vrouw;
- oud en nieuw: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man;
- half term break: even jaren bij de man en oneven jaren bij de vrouw, waarbij geldt dat als de vakantie valt in een week waarin [de minderjarige] volgens de reguliere regeling bij de andere ouder zou zijn, [de minderjarige] in de week vóór en na de vakantie extra bij de andere ouder zal zijn van donderdag tot en met zondag;
- voorjaarsvakantie: beiden een week;
- meivakantie: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man, waarbij geldt dat als de vakantie valt in een week waarin [de minderjarige] volgens de reguliere regeling bij de andere ouder zou zijn, [de minderjarige] in de week vóór en na de vakantie extra bij de andere ouder zal zijn van donderdag tot en met zondag;
- zomervakantie: beiden vier weken (om en om, maximaal twee weken aansluitend bij een ouder);
- Pasen (valt in 2026 in de voorjaarsvakantie): even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man (waarbij voor 2026 geldt dat de overdracht van de man naar de vrouw op eerste paasdag om 9.00 uur zal plaatsvinden);
- Pinksteren: even jaren bij de man en oneven jaren bij de vrouw;
- Koningsdag: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man;
- Sinterklaas: even jaren bij de man en oneven jaren bij de vrouw;
- Moederdag: bij de vrouw;
- Vaderdag: bij de man;
- verjaardag [de minderjarige] : even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij de man;
- verjaardagen ouders (met nacht daarvoor): bij de jarige ouder;
bepaalt dat partijen als volgt zullen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] :
  • ieder van de partijen betaalt de verblijfsgerelateerde kosten van [de minderjarige] ;
  • de verblijfsoverstijgende kosten van [de minderjarige] worden voldaan vanuit de gezamenlijke kinderrekening;
  • de kinderbijslag en een eventueel kindgebonden budget worden naar de gezamenlijke kinderrekening overgemaakt;
  • de man stort € 290,- per maand op de gezamenlijke kinderrekening en de vrouw
  • de bedragen zijn onderhevig aan de indexering ex artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek vanaf 1 januari 2026;
bepaalt dat de man met ingang van 1 oktober 2025 voorlopig een partneralimentatie aan de vrouw zal betalen van € 750,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2025.