ECLI:NL:RBDHA:2025:24930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser heeft twee beroepen ingesteld: tegen het besluit van het COa om hem vanaf 8 augustus 2025 in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te plaatsen en tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister op dezelfde datum. De rechtbank heeft op 27 november 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.
De rechtbank constateert dat het incident van 9 oktober 2025, waarop het plaatsingsbesluit mede is gebaseerd, niet is bestreden. Dit incident betrof agressief gedrag onder invloed van alcohol, bedreigingen en het tonen van een groot mes. De rechtbank oordeelt dat het COa conform het Maatregelenbeleid juist heeft gehandeld door na één incident met zeer grote impact een HTL-maatregel op te leggen, tenzij contra-indicaties aanwezig zijn.
Eiser voerde aan dat zijn suïcidale gedachten en psychische problematiek een contra-indicatie vormen, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. Het GZA heeft voorafgaand aan het besluit akkoord gegeven onder voorwaarde van voortzetting van behandeling en medicatie, wat is bevestigd door de minister. Ook het onder invloed zijn van alcohol vormt geen contra-indicatie.
Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is eveneens ongegrond, omdat eiser geen zelfstandige gronden heeft aangevoerd en de rechtbank geen onrechtmatigheid ziet. De rechtbank wijst de beroepen af en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel.