6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De ten tijde van het gebeuren 26-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en een poging tot zware mishandeling jegens zijn 15-jarige buurjongen. De verdachte heeft [aangever] eerst via Snapchat bedreigd en heeft vervolgens aan deze bedreigingen opvolging gegeven door naar de woning van [aangever] te gaan en hem meerdere malen te slaan en te stompen in zijn gezicht en op zijn hoofd. [aangever] heeft hierdoor fors letsel opgelopen. De verdachte heeft [aangever] gewond achtergelaten zonder zich te bekommeren om zijn situatie. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat [aangever] nog steeds pijn heeft, angstig is en sinds de poging tot zware mishandeling snel geïrriteerd en boos wordt. De verdachte heeft met zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [aangever]. De poging tot zware mishandeling heeft op klaarlichte dag plaatsgevonden in de portiek van de woning van [aangever]. Een woning moet juist een plek zijn waar mensen zich veilig moeten kunnen voelen. Daarnaast is [aangever] gewond en verward aangetroffen door buren en familie. Dit heeft ook bij hen gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het meermalen aanwezig hebben van cocaïne en belediging van een ambtenaar. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 november 2025. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, waaronder mishandeling, belediging van een ambtenaar en het bezit van harddrugs.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 3 december 2025, waaruit volgt dat met name het middelengebruik en het psychosociaal functioneren van de verdachte criminogene factoren zijn. De reclassering schat het risico op recidive en letsel hoog in. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, waaronder een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, contactverbod, locatieverbod en middelencontrole. De reclassering adviseert de eerdergenoemde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De op te leggen straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank komt evenwel tot een lagere gevangenisstraf dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank het bij dagvaarding I onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen heeft verklaard en niet het bij dagvaarding I onder 1 subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren en daaraan een aantal van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen.
Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan middelencontrole. Anders dan bepleit door de verdediging ziet de rechtbank ook aanleiding de bijzondere voorwaarden begeleid wonen of maatschappelijke opvang op te leggen teneinde de verdachte de stabiliteit en begeleiding ook in zoverre te bieden. De reclassering bepaalt hoe lang dit nodig is.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, te weten [aangever]. Gelet op het hoge recidiverisico is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14c Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
De op te leggen maatregel
De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van (vergelijke) strafbare feiten, aanleiding om op grond van artikel 38v Sr een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, te weten een contactverbod met [aangever]. De rechtbank zal, anders dan gevorderd door de officier van justitie, geen locatieverbod opleggen, gelet op de omstandigheid dat de familie van de verdachte dicht bij [aangever] woont en het contactverbod afdoende moet zijn om te voorkomen dat de verdachte [aangever] opzoekt.
De maatregel geldt voor de duur van drie jaren en voor iedere keer dat de verdachte de maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van twee weken, met een maximum van zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
De rechtbank zal de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat er – mede gelet op het reclasseringsadvies – ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaald persoon of bepaalde personen.