Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Overwegingen
Beslissing
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Betrokkene kreeg een verkeersboete van €129,- wegens het negeren van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12) op 6 juni 2024. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen werd vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak werd behandeld op 3 november 2025. Betrokkene had in het beroepschrift aangegeven nader aan te voeren gronden te zullen aanvoeren, maar deze gronden werden pas op 31 oktober 2025 ingediend, terwijl bij brief van 2 mei 2025 was verzocht deze tijdig voor de zitting aan te leveren. De kantonrechter stelde vast dat noch hijzelf noch de officier van justitie voldoende tijd had om de laat ingediende gronden te bestuderen en zich voor te bereiden.
De gemachtigde van betrokkene gaf geen toelichting op de late indiening. Daarom besloot de kantonrechter deze gronden buiten beschouwing te laten en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Hierdoor kon het beroepschrift niet inhoudelijk worden beoordeeld. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van de beroepsgronden.