ECLI:NL:RBDHA:2025:24954

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
C/09/695284 / JE RK 25-2040
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige gedragsproblematiek

In deze zaak heeft de kinderrechter op 11 december 2025 een beschikking gegeven over de machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter had eerder op 28 november 2025 een spoedmachtiging verleend voor een tijdelijke uitplaatsing van de minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, heeft verzocht om deze machtiging te verlengen, omdat de minderjarige ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder verbale en fysieke agressie. De moeder en grootouders van de minderjarige zijn als belanghebbenden aangemerkt en hebben hun standpunten tijdens de zitting naar voren gebracht. De moeder steunt het verzoek van de gecertificeerde instelling, terwijl de advocaat van de minderjarige pleit voor een kortere duur van de machtiging. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de situatie van de minderjarige ernstig is en dat er geen minder ingrijpende oplossingen beschikbaar zijn. De kinderrechter heeft daarom besloten om de machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, van 12 december 2025 tot 8 april 2026, om de noodzakelijke hulpverlening en behandeling te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/695284 / JE RK 25-2040
Datum uitspraak: 11 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat mr. mr. I.G.M. van Gorkum uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de grootvader],
hierna te noemen: de grootvader (moederszijde),
en
[de grootmoeder] ,
hierna te noemen: de grootmoeder (moederszijde),
hierna gezamenlijk ook te noemen: de grootouders,
gezamenlijk wonend te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2025 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 12 december 2025, met aanhouding van het overige deel van het verzoek tot deze zitting.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 28 november 2025 en de hierin genoemde stukken;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 30 november 2025.
1.3.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met haar advocaat;
  • de moeder;
  • de grootouders;
- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting en in het bijzijn van haar advocaat hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] verblijft bij [instelling] .
2.2.
De kinderrechter verwijst voor een weergave van de overige feiten naar de beschikking van 28 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
3.2.
[de minderjarige] is bekend met meerdere diagnoses en laat ernstige gedragsproblematiek zien. Er lijkt sprake te zijn van een verminderd empathisch en reflectievermogen bij [de minderjarige] . Door de ernst van haar problematiek woont [de minderjarige] al bijna twee jaar bij de grootouders moederszijde omdat de moeder de veiligheid thuis niet langer kon waarborgen. De gecertificeerde instelling ziet een sterk systeem waar sprake is van veel liefde en aandacht voor [de minderjarige] en er zijn verschillende soorten hulpverlening voor haar ingezet. Dit heeft niet kunnen voorkomen dat de situatie van [de minderjarige] is geëscaleerd. [de minderjarige] heeft in toenemende mate verbale en fysieke agressie getoond, waarna [de minderjarige] op 28 november 2025 middels een spoedmachtiging bij [instelling] geplaatst. Bij [instelling] wordt een positieve verandering bij [de minderjarige] gezien. Zij geeft meer openheid van zaken en heeft zelf ook aangegeven een hulpvraag te hebben met betrekking tot haar boosheid. Wanneer [de minderjarige] bij [instelling] blijft in de komende periode, zal hulpverlening van de Waag betrokken blijven. Ook zal er behandeling worden gestart vanuit [instelling] , en zal worden onderzocht wat nodig is om de schoolgang van [de minderjarige] te hervatten. Hiernaast zal worden ingezet op het systeem, zodat met alle betrokkenen kan worden onderzocht wat er nodig is voor een veilige en succesvolle thuisplaatsing. Ook zal de gecertificeerde instelling verder onderzoeken hoe de hulpverlening van Youz kan worden ingezet. Om te zorgen dat al hetgeen dat in het belang van [de minderjarige] moet worden onderzocht en ingezet doorgang kan vinden, is een gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Een kortere plaatsing is niet toereikend voor het behalen van de gestelde doelen.

4.De standpunten

4.1.
De advocaat van [de minderjarige] heeft namens haar primair verzocht om afwijzing van het verzoek en subsidiair om toewijzing voor een kortere duur, met afwijzing van het overige deel. [de minderjarige] wil graag naar huis en vindt een gesloten plaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling te lang. [de minderjarige] heeft inzicht in haar boosheid en is bereid om mee te werken aan wat nodig is om hier een oplossing voor te vinden.
4.2.
De moeder heeft op de zitting ingestemd met het verzoek. De moeder begrijpt dat [de minderjarige] graag snel terug naar de grootouders zou willen, maar ziet wel dat het juist in het belang van [de minderjarige] is dat zij de komende periode bij [instelling] kan blijven. Hier kan zij de hulpverlening en behandeling krijgen die zij nodig heeft om te werken aan haar boosheid en om niet meer in oude patronen terug te vallen. Vanuit hier kan worden onderzocht wat er nodig is om weer terug naar huis te kunnen.
4.3.
De grootouders sluiten zich aan bij het standpunt van de moeder. De grootouders hadden graag gewild dat zij [de minderjarige] zelf voldoende hadden kunnen helpen en er zijn hier ook al verschillende vormen van hulpverlening voor ingezet. Dit heeft echter helaas een verslechtering van de situatie niet kunnen voorkomen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe dat de zorgen over [de minderjarige] langdurig zijn en dat deze in de afgelopen tijd zijn toegenomen door de escalatie in verbale en fysieke agressie bij [de minderjarige] . Hulpverlening in zowel het vrijwillige als het gedwongen kader hebben niet kunnen leiden tot een verbetering van de situatie, waardoor gevaarlijke situaties zijn ontstaan voor zowel [de minderjarige] als voor haar familie. Er hebben meerdere incidenten plaatsgevonden waarvan het meest recente incident op 28 november 2025. [de minderjarige] is fysiek agressief geweest jegens grootmoeder moederszijde waarna door hulpverlening politie is ingeschakeld. De grootouders hebben aangegeven zich door de huidige situatie op dit moment niet meer veilig te voelen. Het is positief dat [de minderjarige] lijkt te profiteren van de omgeving en begeleiding bij [instelling] . [de minderjarige] heeft ook aan de kinderrechter verteld dat zij wil gaan werken aan haar boosheid. De kinderrechter is van oordeel dat het in [de minderjarige] haar belang is dat zij de kans krijgt om in de stabiele omgeving van [instelling] te kunnen werken hieraan en om te kunnen starten met de voor haar noodzakelijke hulpverlening en behandeling. Zolang deze hulp niet is ingezet, is de kans nog te groot dat de situatie opnieuw zal escaleren, met mogelijk ernstige gevolgen voor [de minderjarige] of haar omgeving. De kinderrechter wil benadrukken dat zij de machtiging verleent omdat zij zich zorgen maakt om [de minderjarige] . De kinderrechter hoopt dat [de minderjarige] door de hulp voldoende kan stabiliseren en begeleiding kan ontvangen, zodat het in de toekomst niet nogmaals zo ernstig uit de hand zal lopen. De kinderrechter zal dan ook de machtiging verlenen voor de verzochte duur van de ondertoezichtstelling.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 12 december 2025 tot 8 april 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Plug als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).