ECLI:NL:RBDHA:2025:24979

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
NL25.37067
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbWijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 nummer 2023/3ECLI:EU:C:2025:326
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na verstrijken beslistermijn asielaanvraag

Eiser heeft op 6 september 2023 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Volgens het toepasselijke wijzigingsbesluit van de Vreemdelingencirculaire 2000 (nummer 2023/3) diende de minister binnen zes maanden te beslissen, conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 mei 2025.

De beslistermijn verstreek op 6 maart 2024, waarna eiser op 11 maart 2024 een ingebrekestelling aan de minister stuurde met het verzoek alsnog binnen twee weken te beslissen. De minister heeft niet binnen deze termijn beslist. Eiser heeft echter pas op 8 augustus 2025 het beroep ingesteld, wat zeventien maanden na de ingebrekestelling is.

De rechtbank oordeelt dat het beroep hierdoor onredelijk laat is ingediend en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen hebben geen zitting gewenst, waardoor het onderzoek is gesloten zonder verdere behandeling.

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier K.D.M. Nijholt en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak beroep te doen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na verstrijken van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37067

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 6 september 2023.
1.1
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Gelet op de datum van de aanvraag is het wijzigingsbesluit van de Vreemdelingencirculaire 2000 met nummer 2023/3 [2] het in deze zaak toepasselijke wijzigingsbesluit. Anders dan deze rechtbank en zittingsplaats in de uitspraak van 11 april 2024 [3] heeft geoordeeld, is zij thans van oordeel dat dit besluit onrechtmatig is, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 mei 2025. [4] Dit betekent dat de minister in dit geval in beginsel binnen zes maanden een beslissing op de aanvraag van eiser diende te nemen.
3. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. [5] Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [6] Dat heeft de minister niet gedaan. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. [7]
4. Als iemand onredelijk laat een beroepschrift indient, is het beroep niet-ontvankelijk. [8] De beslistermijn verliep op 6 maart 2024. Eiser heeft op 11 maart 2024 een ingebrekestelling verstuurd. Vervolgens heeft hij eerst op 8 augustus 2025 het onderhavige beroep ingesteld. Aldus is het beroepschrift zeventien maanden na de ingebrekestelling ingediend. De rechtbank is van oordeel dat het beroepschrift in dit geval onredelijk laat is ingediend.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, Stcrt. 2023, 3235.
4.ECLI:EU:C:2025:326, alsmede de conclusie van de advocaat-generaal: ECLI:EU:C:2024:1028.
5.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
6.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
7.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
8.Zoals bedoeld in artikel 6:12, vierde lid, van de Awb.