ECLI:NL:RBDHA:2025:25011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
C/09/691351 / FA RK 25-6823
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorziening in de voogdij na overlijden gezagsdrager

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 22 oktober 2025 een beschikking gegeven inzake de voogdij over een minderjarige na het overlijden van de gezagsdrager. Het verzoekschrift, ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming, betreft de benoeming van [belanghebbende] als voogd over [de minderjarige], die geboren is op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1]. De moeder van [de minderjarige] is op 9 augustus 2025 overleden, waardoor er een voorziening in het gezag over [de minderjarige] noodzakelijk was. De rechtbank heeft vastgesteld dat [belanghebbende] een vaderrol heeft vervuld, maar dat hij [de minderjarige] niet juridisch heeft erkend, waardoor zijn juridische vaderschap niet vaststaat. Zowel [de minderjarige] als [belanghebbende] hebben aangegeven dat zij willen dat hij gezagsbeslissingen kan nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat [belanghebbende] de meest geschikte persoon is om als voogd op te treden, ondanks het ontbreken van juridisch vaderschap. De rechtbank heeft [belanghebbende] benoemd tot voogd, met de opmerking dat de kantonrechter toezicht zal houden op het bewind over het vermogen van [de minderjarige]. Tevens is [belanghebbende] geïnformeerd over de mogelijkheid om het vaderschap te formaliseren door erkenning van [de minderjarige]. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6823
Zaaknummer: C/09/691351
Datum beschikking: 22 oktober 2025

Voorziening in de voogdij in verband met overlijden gezagsdrager

(artikel 1:253g BW)

Beschikking op het op 9 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,

hierna: de raad.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

hierna: [belanghebbende] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- de kennisgeving van overlijden ex artikel 1:301 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van de gemeente Amsterdam, ontvangen op 22 augustus 2025;
- het verzoekschrift, met bijlagen waaronder de bereidverklaring van [belanghebbende] en de akkoordverklaring van de minderjarige [de minderjarige] .
Op 6 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • [belanghebbende] ;
  • [naam] namens de Raad.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe [belanghebbende] te belasten met de voogdij over [de minderjarige] , met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

- [de moeder] en [belanghebbende] hebben een affectieve relatie gehad.
- Tijdens die relatie is uit [de moeder] (hierna: de moeder) op [geboortedatum 1] 2008 te
[geboorteplaats 1] [de minderjarige] geboren.
- [de minderjarige] woonde tot het overlijden van de moeder samen met haar moeder en [belanghebbende] als gezin op één adres.
- De moeder is op 9 augustus 2025 overleden.

Beoordeling

De moeder was tot aan haar overlijden alleen met het gezag over [de minderjarige] belast. Omdat de moeder is overleden moet op grond van artikel 1:295 BW in het gezag over [de minderjarige] worden voorzien.
[belanghebbende] heeft in het leven van [de minderjarige] vaderrol vervuld, maar heeft [de minderjarige] niet erkend, zodat het juridische vaderschap niet vaststaat. Zowel [de minderjarige] als [belanghebbende] willen dat hij degene is die gezagsbeslissingen over [de minderjarige] zal nemen zolang zij minderjarig is. Ook de Raad en de rechtbank zien dat [belanghebbende] daarvoor de meest geëigende persoon is. Hij kan evenwel niet met het (ouderlijk) gezag worden belast, omdat hij niet de juridisch vader is van [de minderjarige] . De rechtbank zal [belanghebbende] daarom benoemen tot voogd, zodat hij in die hoedanigheid de noodzakelijke beslissingen over [de minderjarige] kan nemen.
Ter zitting is met [belanghebbende] besproken dat de benoeming tot voogd met zich brengt dat de kantonrechter toezicht zal houden op het door hem te voeren bewind over het vermogen van [de minderjarige] . Daarnaast is met hem gesproken over het verschil tussen voogdij en vaderschap. Hij is er op gewezen dat het mogelijk is om het vaderschap over [de minderjarige] alsnog te formaliseren door [de minderjarige] te erkennen. Daarvoor heeft de vader op dit moment de toestemming van de rechtbank (die de toestemming van de moeder vervangt) en de toestemming van [de minderjarige] nodig. De toestemming van de rechtbank kan met behulp van een advocaat bij de rechtbank worden verzocht. Alternatief is dat [belanghebbende] [de minderjarige] na haar 18e verjaardag erkent. In dat geval is alleen de toestemming van [de minderjarige] zelf nodig. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank [de minderjarige] gesproken en deze uitleg ook aan haar verstrekt.

Beslissing

De rechtbank:
benoemt tot voogd over de minderjarige: [de minderjarige] , op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
- [belanghebbende] , geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door J.L. Salters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2025.