In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 22 oktober 2025 een beschikking gegeven inzake de voogdij over een minderjarige na het overlijden van de gezagsdrager. Het verzoekschrift, ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming, betreft de benoeming van [belanghebbende] als voogd over [de minderjarige], die geboren is op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1]. De moeder van [de minderjarige] is op 9 augustus 2025 overleden, waardoor er een voorziening in het gezag over [de minderjarige] noodzakelijk was. De rechtbank heeft vastgesteld dat [belanghebbende] een vaderrol heeft vervuld, maar dat hij [de minderjarige] niet juridisch heeft erkend, waardoor zijn juridische vaderschap niet vaststaat. Zowel [de minderjarige] als [belanghebbende] hebben aangegeven dat zij willen dat hij gezagsbeslissingen kan nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat [belanghebbende] de meest geschikte persoon is om als voogd op te treden, ondanks het ontbreken van juridisch vaderschap. De rechtbank heeft [belanghebbende] benoemd tot voogd, met de opmerking dat de kantonrechter toezicht zal houden op het bewind over het vermogen van [de minderjarige]. Tevens is [belanghebbende] geïnformeerd over de mogelijkheid om het vaderschap te formaliseren door erkenning van [de minderjarige]. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.