ECLI:NL:RBDHA:2025:25013

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
C/09/691094 / FA RK 25-6699
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling naar tweewekelijkse co-ouderschapsregeling wegens onrust voor kind

De vader verzoekt wijziging van de zorgregeling voor hun minderjarige kind, omdat de huidige vierwekelijkse regeling te onrustig is en hij meer tijd met het kind wil doorbrengen. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en zijn sinds januari 2024 gescheiden. Sinds maart 2024 voeren zij een uitgebreidere zorgregeling uit dan oorspronkelijk vastgesteld.

De rechtbank constateert dat de omstandigheden zijn gewijzigd, onder meer door de leeftijd van het kind en de nieuwe werktijden van de vader. De moeder staat open voor een tweewekelijkse regeling met minder wisselingen, waarbij het kind voornamelijk door de ouders wordt verzorgd.

De rechtbank oordeelt dat de huidige regeling te onrustig is en stelt een toekomstbestendige tweewekelijkse regeling vast, rekening houdend met het werk van beide ouders en de naderende schoolgang van het kind. De regeling voorziet in vaste dagen bij de vader en moeder, met een afwisselende woensdagmiddag na schooltijd.

De rechtbank wijst het verzoek van de vader af voor zover het afwijkt van deze regeling en verklaart de nieuwe zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad. De nadruk ligt op gelijkwaardig ouderschap waarbij kwaliteit van zorg belangrijker is dan een exacte 50/50 tijdsverdeling.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling naar een tweewekelijkse regeling die rustiger is voor het kind en rekening houdt met de situatie van beide ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6699
Zaaknummer: C/09/691094
Datum beschikking: 13 november 2025

Wijziging zorgregeling

Beschikking op het op 4 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.E. de Jong in Zoeterwoude.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • het bericht van 10 oktober 2025, met bijlagen, namens de vader;
  • het verweerschrift, met bijlage, namens de moeder;
  • de brief van 13 oktober 2025, met bijlagen, namens de vader.
Op 16 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2022 tot [datum 2] 2024.
  • Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • Bij beschikking van 19 januari 2024 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en – voor zover hier van belang – bepaald dat:
  • [de minderjarige] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
  • [de minderjarige] als volgt bij de vader zal verblijven:
- van dinsdag 08.00 uur tot woensdag 08.00 uur. Indien dit voor de werkgever van de moeder mogelijk is, zoals omschreven in het lichaam van de beschikking, wordt dit woensdag 08.00 uur tot donderdag 08.00 uur;
- één weekend per twee weken, van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur;
- in de weken dat hij in het weekend niet bij de vader verblijft, dus om de week, van donderdag 16.00 uur tot vrijdag 08.00 uur. Eén keer per 4 à 5 weken is de vader vrij op donderdag. Wanneer dit het geval is verblijft [de minderjarige] van donderdag 08.00 uur tot vrijdag 08.00 uur bij de vader.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de huidige zorgregeling tussen hem en [de minderjarige] als volgt te wijzigen:
week 1:
  • maandag: [de minderjarige] is bij de moeder;
  • dinsdag: [de minderjarige] is bij de moeder;
  • woensdag: [de minderjarige] is bij de moeder tot 08.00 uur en vanaf dat moment bij de vader, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat is hij bij de moeder tot school en bij de vader na school;
  • donderdag: [de minderjarige] is bij de vader;
  • vrijdag: [de minderjarige] is tot 08.00 uur dan wel zodra hij naar school gaat bij de vader en na school bij de moeder;
  • zaterdag: [de minderjarige] is bij de moeder;
  • zondag: [de minderjarige] is bij de moeder;
week 2:
  • maandag: [de minderjarige] is bij de moeder;
  • dinsdag: [de minderjarige] is bij de moeder;
  • woensdag: [de minderjarige] is bij de moeder tot 08.00 uur en vanaf dat moment bij de vader, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat is hij bij de moeder tot school en bij de vader na school;
  • donderdag: [de minderjarige] is bij de vader;
  • vrijdag: [de minderjarige] is bij de vader;
  • zaterdag: [de minderjarige] is bij de vader;
  • zondag: [de minderjarige] is tot de volgende dag 08.00 uur bij de vader, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat bij de vader tot school;
althans dat de huidige zorgregeling wordt gewijzigd zoals de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:253a lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW), in samenhang met artikel 1:377e BW, kan de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing over de zorgregeling onder andere wijzigen op de grond dat na die beslissing de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank is gebleken dat na de vaststelling van zorgregeling bij de beschikking van
19 januari 2024 de omstandigheden zijn gewijzigd. Sinds maart 2024 geven de ouders in onderling overleg uitvoering aan een uitgebreidere zorgregeling dan bij die beschikking is vastgesteld. Ook was [de minderjarige] één jaar oud toen die regeling werd vastgesteld en hij is inmiddels bijna twee jaar ouder. Daarnaast staat vast dat de vader per oktober 2025 een nieuwe baan heeft met andere werktijden. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Op dit moment geven de ouders uitvoering aan een vierwekelijkse zorgregeling. De vader is van mening dat deze regeling te veel wisselingen heeft en te onrustig is voor [de minderjarige] . Ook wil de vader graag meer tijd met [de minderjarige] doorbrengen. Hij wil de zorg over [de minderjarige] gelijk verdelen. De moeder is van mening dat de huidige regeling prima verloopt, maar zij staat open voor een tweewekelijkse regeling met minder wisselingen. Voor de moeder is het belangrijk dat [de minderjarige] voornamelijk door de ouders wordt verzorgd en niet door derden.
De rechtbank is van oordeel dat de huidige vierwekelijkse zorgregeling te onrustig is voor [de minderjarige] , omdat daar veel wisselingen in zitten. De rechtbank zal daarom een tweewekelijkse regeling vaststellen, die toekomstbestendig is en rekening houdt met de situatie dat [de minderjarige] over ongeveer een jaar naar school zal gaan. Voor het werk van de vader is het belangrijk gebleken dat er vaste dagen in de week zijn dat [de minderjarige] bij hem is. Daarmee zal de rechtbank rekening houden, net als met het gegeven dat de vader 34 uur per week en de moeder 20 uur per week werkt. De rechtbank gaat in de vast te stellen zorgregeling uit van gelijkwaardig ouderschap en zal een co-ouderschapsregeling vaststellen, zoals op dit moment ook geldt. Daarbij merkt de rechtbank op dat gelijkwaardig ouderschap niet per se een 50/50 verdeling van de tijd betekent; kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. Verder acht de rechtbank het belangrijk dat als [de minderjarige] straks naar school gaat, hij de woensdagmiddag afwisselend bij beide ouders is. Daarom zal de rechtbank afwijken van het verzoek van de vader, omdat in dat voorstel [de minderjarige] altijd op de woensdag bij de vader is.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 19 januari 2024 van deze rechtbank – :
*
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , dat hij volgens de onderstaande tweewekelijkse regeling bij de vader en de moeder is:
  • week 1:
  • maandag: tot 08.00 uur bij de vader en vanaf dat moment bij de moeder, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat bij de vader tot school en bij de moeder na school;
  • dinsdag: bij de moeder;
  • woensdag: bij de moeder tot 08.00 uur en vanaf dat moment bij de vader, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat bij de moeder tot school en bij de vader na school;
  • donderdag: bij de vader;
  • vrijdag: bij de vader tot 08.00 uur en vanaf dat moment bij de moeder, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat bij de vader tot school en bij de moeder na school;
  • zaterdag: bij de moeder;
  • zondag: bij de moeder;
  • week 2:
  • maandag: bij de moeder;
  • dinsdag: bij de moeder;
  • woensdag: bij de moeder;
  • donderdag: bij de moeder tot 08.00 uur en vanaf dat moment bij de vader, dan wel zodra [de minderjarige] naar school gaat bij de moeder tot school en bij de vader na school;
  • vrijdag: bij de vader;
  • zaterdag: bij de vader;
  • zondag: bij de vader;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 november 2025.