ECLI:NL:RBDHA:2025:25061

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
09.251780.25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meermalen gepleegde diefstal met oplegging van ISD-maatregel

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 23 september 2025 in 's-Gravenhage meermalen blikjes Red Bull heeft gestolen van een Esso tankstation. De verdachte, geboren in 1991 en op dat moment gedetineerd, heeft tijdens de terechtzitting op 9 december 2025 een bekennende verklaring afgelegd. De officier van justitie, mr. R.M. Wagenaar, heeft gevorderd tot bewezenverklaring van de diefstal en de oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar. De verdediging pleitte voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, maar de rechtbank oordeelde dat de verdachte voldoet aan de voorwaarden voor de ISD-maatregel. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het reclasseringsadvies, dat een hoge kans op recidive inschatte. De rechtbank heeft uiteindelijk de verdachte veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar, zonder aftrek van voorarrest, om de maatschappij te beschermen en recidive te voorkomen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/251780-25
Datum uitspraak: 23 december 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ([land]),
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats], locatie [locatie].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 9 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.M. Wagenaar en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. A. Petrescu naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 september 2025 te 's-Gravenhage meermalen, althans
eenmaal, meerdere blikjes Red Bull, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
Esso, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor het feit met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025323791, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 48).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 december 2025;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever], opgemaakt op 23 september 2025, met bijlagen (p. 5-7).
3.2.
De bewezenverklaring
De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 23 september 2025 te 's-Gravenhage meermalen meerdere blikjes Red Bull die geheel aan Esso toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de onvoorwaardelijke maatregel wordt opgelegd van plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige daders (hierna: ISD) voor de duur van twee jaren.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht aan de verdachte geen ISD-maatregel op te leggen, maar hem te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met aftrek van voorarrest.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen op dezelfde dag bij hetzelfde tankstation. Winkeldiefstallen zijn vervelende feiten, die overlast geven en voor winkeliers schade veroorzaken.
Persoon van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het reclasseringsadvies over de verdachte van 2 december 2025.
De reclassering ziet op verschillende gebieden instabiliteit in het leven van de verdachte. De verdachte is afkomstig uit [land] en verblijft sinds drie jaar in Nederland. Sinds hij in Nederland is, heeft hij geen vaste woon- of verblijfplaats gehad. Hij beschikt niet over identiteitsdocumenten, waardoor hij in Nederland geen legaal werk kan vinden en geen recht heeft op sociale voorzieningen. Hij gebruikt sinds tien jaar cocaïne. De precieze omvang van de middelenproblematiek is de reclassering niet duidelijk geworden en evenmin is er bekend of er psychosociale problemen spelen bij de verdachte.
De verdachte is sinds 2023 in beeld bij de reclassering. Toen heeft hij een werkstraf opgelegd gekregen die negatief is geretourneerd omdat de verdachte niet reageerde op uitnodigingen van de reclassering. In een zaak in 2024 zag de reclassering geen mogelijkheden om de verdachte te begeleiden, omdat de verdachte geen beroep kan doen op sociale voorzieningen. In juni 2025 heeft de verdachte een ISD-maatregel opgelegd gekregen van de rechtbank Amsterdam, die in voorwaardelijke vorm werd opgelegd, omdat de verdachte wilde vertrekken uit Nederland.
In het advies in deze zaak schat de reclassering de kans op herhaling in als hoog. De reclassering ziet geen mogelijkheden om de verdachte te begeleiden met bijzondere voorwaarden. Zij adviseert aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Tijdens de terechtzitting is mevrouw [naam], de opsteller van het advies, gehoord als getuige-deskundige. Zij heeft haar advies verder toegelicht en de conclusies daarvan bevestigd.
Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria
De rechtbank stelt vast dat de verdachte aan de zogenoemde ‘harde’ ISD-voorwaarden van artikel 38m Sr voldoet. Het bewezenverklaarde feiten kwalificeert als diefstal, een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het strafblad van de verdachte van 5 november 2025 blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan het huidige feit ten minste drie keer onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel. Deze straffen zijn volledig ten uitvoer gelegd. De bewezenverklaarde feiten zijn begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen. De verdachte is in het verleden vaak veroordeeld voor vermogensdelicten en de reclassering schat de kans op herhaling in als hoog. De rechtbank deelt die inschatting en naar het oordeel van de rechtbank moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte in de toekomst opnieuw een misdrijf zal begaan waarbij de veiligheid van goederen in het geding is. Tot slot is voldaan aan de voorwaarde dat er over de verdachte een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van de reclassering is dat minder dan één jaar voor de zittingsdatum is opgemaakt. In dit advies adviseert de reclassering om bij veroordeling van de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan hem op te leggen.
De verdachte voldoet aan de definitie van een ‘zeer actieve veelpleger’ uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. Tegen de verdachte zijn over een periode van vijf jaar processen-verbaal opgemaakt voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, teruggerekend vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of ook aan de zogenoemde ‘zachte’ ISD-criteria is voldaan. Dat wil zeggen dat de rechtbank beoordeelt of alle reële, minder ingrijpende alternatieven voor hulpverlening en het voorkomen van recidive zijn uitgeput en dus het uiterste middel van de ISD-maatregel overblijft.
De verdediging heeft aangevoerd dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd, zodat hij daarna een (tweede) kans krijgt om Nederland zelfstandig en vrijwillig te verlaten. De verdediging wijst erop dat de verdachte op dit moment nog een rechtmatig verblijf heeft in Nederland, zodat hij geen aanspraak kan maken op hulp bij vertrek (bijvoorbeeld in een ISD-VRIS-regime). Anderzijds heeft de verdachte ook geen recht op sociale voorzieningen in Nederland. De verdachte heeft tijdens de zitting aangevoerd dat hij Nederland eerder heeft willen verlaten, maar dat dit toen niet is gelukt omdat hij een week te lang in detentie heeft gezeten en hij daardoor geen gebruik heeft kunnen maken van een ticket naar [land] dat hij met behulp van een vriend al had gekocht. De verdachte heeft toegelicht dat hij nu in gesprek is met de IND en hulpverleners van Stichting Barka om zijn vertrek naar [land] alsnog te regelen.
De rechtbank ziet in het plan van de verdachte om (na een gevangenisstraf) Nederland te verlaten, geen reëel alternatief om het delictgedrag van de verdachte in Nederland te beëindigen. De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte bij vonnis van 18 juni 2025 al een kans gegeven om zelfstandig te vertrekken uit Nederland. Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij op 12 augustus 2025 in vrijheid is gesteld en daarna op 23 september 2025 opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd. Het is de verdachte dus niet gelukt om in deze periode van meer dan een maand zelfstandig een reis te organiseren om Nederland te verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank is ook onvoldoende onderbouwd dat er nu concreet zicht is op (hulp bij) een vertrek naar [land].
Ook hulpverlening door de reclassering is in het verleden meerdere malen niet haalbaar gebleken, zodat ook een voorwaardelijk kader niet toereikend is om recidive te voorkomen.
Dan blijft slechts de ISD-maatregel over. De rechtbank heeft er daarbij oog voor dat de verdachte beperkt in aanmerking komt voor hulp in Nederland tijdens en na een ISD-maatregel. Het doel van een ISD-maatregel is echter tweeledig: beveiliging van de maatschappij en voorkomen van recidive. In dit geval legt de rechtbank de nadruk op beveiliging van de maatschappij.
Conclusie van de rechtbank
De rechtbank acht het daarom passend en geboden om aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen voor de duur van twee jaar. Om de bescherming van de maatschappij voor die duur te waarborgen, past de rechtbank geen aftrek van voorarrest toe.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:
- 38 m, 38n, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.2 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
diefstal, meermalen gepleegd;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
de maatregel van
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD)voor de duur van
2 (TWEE) JAREN.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.M. Meester, voorzitter,
mr. L. Amperse, rechter,
mr. J.G. Bruinsma, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. B.J. Stil, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2025.